Deze fout met je richtingaanwijzer maakt bijna iedereen

13 sep , 12:00Verkeer
Auto
Wie regelmatig de baan op gaat, heeft het ongetwijfeld al meegemaakt: een automobilist die plots afslaat, van rijstrook verandert zonder te pinken of pas op het allerlaatste moment zijn richtingaanwijzer gebruikt. Toch zijn richtingaanwijzers geen vrijblijvende extra in een auto. Ze zijn een belangrijk communicatiemiddel en in heel wat situaties verplicht.
Uit een Europese enquête die in België door verkeersinstituut Vias werd verspreid, blijkt dat 42 procent van de Belgische bestuurders toegeeft soms geen richtingaanwijzer te gebruiken wanneer hij of zij afslaat. Bijna de helft van de ondervraagden vindt bovendien dat pinken in bepaalde situaties niet nodig is. Nochtans kan die gewoonte voor verwarring en gevaar zorgen.

Richtingaanwijzer pas aanzetten tijdens het manoeuvre

Een van de meest voorkomende fouten is dat bestuurders hun richtingaanwijzer pas inschakelen wanneer ze al aan het afslaan zijn of al naar een andere rijstrook beginnen te bewegen. Dat is eigenlijk te laat.
De bedoeling van een richtingaanwijzer is net dat andere weggebruikers vooraf weten wat je van plan bent. Een fietser moet bijvoorbeeld kunnen inschatten of een auto rechts zal afslaan. Een achterligger moet kunnen anticiperen op een voertuig dat vertraagt om een straat in te rijden. Ook een bestuurder op de naastliggende rijstrook moet tijdig weten dat iemand wil invoegen.
Volgens de Belgische Wegcode moet een bestuurder zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken, vóór hij een manoeuvre of beweging uitvoert die een zijdelingse verplaatsing of richtingsverandering veroorzaakt. De wet bepaalt geen vaste afstand, zoals exact 20 of 30 meter. Wat “tijdig genoeg” betekent, hangt af van de omstandigheden, de snelheid en de inrichting van de weg.

Ook niet veel te vroeg pinken

Te laat pinken is fout, maar overdreven vroeg de richtingaanwijzer gebruiken kan eveneens voor verwarring zorgen. Wanneer je bijvoorbeeld een kruispunt nadert maar pas aan het volgende kruispunt wil afslaan, kan een te vroeg ingeschakelde richtingaanwijzer andere bestuurders op het verkeerde been zetten.
Zij kunnen denken dat je al aan het eerstvolgende kruispunt afslaat en hun rijgedrag daarop aanpassen. De richtingaanwijzer moet daarom duidelijk en doeltreffend zijn. Zodra de richtingverandering of zijdelingse verplaatsing is uitgevoerd, moet je hem ook weer uitschakelen.

Wanneer moet je verplicht pinken?

De richtingaanwijzer moet onder meer worden gebruikt in deze situaties:
  • Wanneer je links of rechts afslaat.
  • Wanneer je van rijstrook verandert.
  • Wanneer je een geparkeerd of stilstaand voertuig voorbijrijdt en daarvoor zijdelings moet uitwijken.
  • Wanneer je een parkeerplaats oprijdt of verlaat.
  • Wanneer je een garage of privé-eigendom verlaat.
  • Wanneer je keert of achteruitrijdt.
  • Wanneer je een andere weggebruiker inhaalt.
  • Wanneer je een rotonde verlaat.
Ook bij het verlaten van een rotonde is de richtingaanwijzer dus verplicht. Bij het oprijden van een rotonde moet je in België volgens de huidige Wegcode normaal gezien niet pinken. Het verlaten van de rotonde wordt wel beschouwd als een richtingsverandering, waardoor je de rechter richtingaanwijzer moet gebruiken.
loading

Loading