Nu we ons midden in de zomer bevinden, kijken weersprekers en meteorologen achter de schermen al voorzichtig vooruit naar het najaar. Hoewel het voorspellen van het weer op lange termijn altijd een tikkeltje koffiedikkijken blijft, geven de toonaangevende Europese en Amerikaanse weermodellen — zoals die van het ECMWF (Europees Centrum voor Weersvoorspellingen op Middellange Termijn) en het Amerikaanse NOAA — een eerste indicatie van wat we mogen verwachten.
De rode draad in de simulaties voor de herfst en winter? De invloed van de opwarmende oceanen en een mogelijke transitie in grootschalige weerpatronen zorgen voor een opvallende trend.
De herfst: Zacht, maar met een grillige staart
De langetermijnmodellen zijn het opvallend eens over het verloop van de herfst (september, oktober en november). De kans dat we een historisch koude of vroege herfst krijgen, is volgens de huidige berekeningen bijzonder klein. In plaats daarvan laten de kaarten voor West- en Centraal-Europa overwegend bovengemiddelde temperaturen zien.
Dit betekent dat we na de zomer waarschijnlijk kunnen rekenen op een milde nazomerperiode, waarbij de overgang naar de herfst geleidelijk verloopt. Dit heeft grotendeels te maken met de recordbrekende temperaturen van het zeewater in de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Die warme watermassa's werken als een gigantische batterij die de warmte lang vasthoudt en de passerende luchtstromen richting het vasteland opwarmt.
Keerzijde van de medaille is de neerslagprognose. Warme lucht kan immers meer vocht vasthouden. Het ECMWF-model hint op een bovengemiddeld natte herfst, met name in de kustregio's. De combinatie van warm zeewater en actieve lagedrukgebieden op de oceaan kan in de loop van oktober en november bovendien de perfecte voedingsbodem vormen voor een aantal stevige herfststormen.
De winter: De terugkeer van La Niña?
Richting de winter (december, januari en februari) wordt de glazen bol iets diffuser, maar er tekent zich een interessant meteorologisch fenomeen af op wereldschaal. Na een periode waarin El Niño de mondiale weersystemen domineerde, bereiden wetenschappers zich voor op de intrede van La Niña. Dit fenomeen, gekenmerkt door een sterke afkoeling van het zeewater in de centrale Stille Oceaan, heeft een domino-effect op het wereldwijde weer.
Voor Europa is het effect van La Niña vaak minder direct dan voor Amerika, maar statistisch gezien vergroot het de kans op een geblokkeerd hogedrukpatroon boven Scandinavië of de Atlantische Oceaan in de vroege winter. De Amerikaanse modellen schuiven daardoor een scenario naar voren waarbij december kouder en droger zou kunnen starten dan de afgelopen jaren het geval was.
Die koude start lijkt volgens de Europese trends echter minder standvastig. Het ECMWF voorspelt voor het leeuwendeel van de wintermaanden nog steeds een overwegend 'zachte' winter. De algemene opwarming van de aarde vlakt de échte diepe winterkou in West-Europa steeds vaker af. De kans op een klassieke kwakkelwinter met veel wind, regen en temperaturen die schommelen tussen de 5 en 8 graden blijft klimatologisch gezien het meest waarschijnlijke scenario. Eventuele winterse speldenprikken met sneeuw en vorst zullen vermoedelijk van korte duur zijn.
Een belangrijke kanttekening
Meteorologen benadrukken dat deze langetermijnmodellen geen exacte weersvoorspellingen zijn, maar werken met waarschijnlijkheden en trends. Lokale fenomenen, zoals de exacte positie van de straalstroom of een plotselinge opwarming van de stratosfeer (een Sudden Stratospheric Warming), kunnen de kaarten in de winter in een paar dagen tijd volledig herschudden. Voorlopig ziet het er echter naar uit dat we ons mogen opmaken voor een zacht en bijwijlen onstuimig najaar.