De federale regering onder leiding van premier
Bart De Wever wil vaart zetten achter een ingrijpende hervorming van het Belgische energielandschap: de gedeeltelijke nationalisering van de kerncentrales. Om deze complexe miljardenoperatie te begeleiden, heeft de premier een team van internationale topconsultants en zakenbanken aangesteld. Het doel is ambitieus, maar de financiële, ecologische en geopolitieke risico’s verhitten het maatschappelijke debat.
Het adviesteam van de staat
De komende maanden worden de financiële, juridische en technische gevolgen van een overname van de kernreactoren grondig doorgelicht. In april 2026 bereikten premier Bart De Wever en de huidige Franse uitbater Engie hierover al een principeakkoord. Om de formele onderhandelingen, die in het beste geval in oktober 2026 starten, voor te bereiden, zet de overheid grote namen in:
- Strategische begeleiding: Zakenbank Rothschild & Co (bekend uit de internationale haute finance en de voormalige werkgever van de Franse president Emmanuel Macron).
- Commercieel advies: Arthur D. Little.
- Financieel advies: KPMG.
- Juridische ondersteuning: Advocatenkantoor Eubelius (mede opgericht door oud-minister Koen Geens).
Wie de cruciale technische doorlichting zal doen, is nog een knelpunt. De meest logische kandidaat, Tractebel, is een dochteronderneming van Engie en kan vanwege belangenverstrengeling de overheid niet adviseren. De exacte kostprijs van dit gigantische studiewerk is volgens De Wever op dit moment nog onvoorspelbaar.
De ambitie: Naar 4 gigawatt nucleair vermogen
Onder de vorige regering-De Croo werd besloten om de twee modernste reactoren, Doel 4 en Tihange 3, tien jaar langer open te houden. Dit levert een nucleaire capaciteit op van ongeveer 2 gigawatt (GW).
Voor premier De Wever is dat absoluut onvoldoende om de stroombevoorrading te garanderen, zeker nu de elektriciteitsvraag door warmtepompen en elektrische auto's exponentieel stijgt. Hij streeft naar minstens 4 gigawatt. Om dat te bereiken, wil de regering onderzoeken of oudere, reeds gesloten of bijna-gesloten reactoren (zoals Doel 3 of Tihange 2) heropstart kunnen worden. Daarnaast kijkt de achterban van de premier naar de toekomst via SMR's (Small Modular Reactors): kleinere, moderne kerncentrales van de nieuwe generatie.
De Wever toonde zich in het parlement dan ook scherp voor het werk van zijn voorgangers: "Men heeft een huis met funderingsproblemen en grote scheuren tijdelijk dichtgemaakt in de hoop dat het tien jaar kan blijven staan. Dit terwijl we allemaal weten hoe snel de elektriciteitsvraag stijgt."
Waarom nationaliseren?
De Franse energiereus Engie heeft herhaaldelijk aangegeven dat zij geen interesse hebben om miljarden te investeren in het renoveren of heropstarten van de oudere Belgische centrales. Voor een beursgenoteerd bedrijf wegen de risico's niet op tegen de baten. Omdat Engie de handdoek in de ring steekt, wil de Belgische staat de centrales overkopen (nationaliseren). Zodra de overheid eigenaar is, kan ze zelf de regie voeren en hoopt ze achteraf andere industriële partners — zoals het Franse concern EDF — aan boord te halen voor de feitelijke uitbating.
De grote discussie: Risico's versus alternatieven
De plannen van de regering leggen een diepe ideologische kloof bloot in het Belgische energielandschap en roepen prangende vragen op over de haalbaarheid en de risico's.
1. De nucleaire erfenis en de miljardenfactuur
Critici wijzen erop dat de staat met deze overname ook alle gigantische risico's overneemt van Engie. Volgens een recent advies van de nucleaire afvalbeheerder Niras is de geschatte factuur voor de berging van het hoogradioactieve kernafval en de ontmanteling van de centrales opgelopen van 9 naar 12 miljard euro. Dit afval blijft tienduizenden jaren gevaarlijk. Daarnaast vergt het heropstarten van de verouderde centrales (gebouwd in de jaren 70 en 80) een 'facelift' van minstens 2 miljard euro om te voldoen aan de strenge internationale veiligheidsnormen die sinds de ramp in Fukushima gelden. Als de staat eigenaar wordt, draait de Belgische belastingbetaler op voor eventuele verdere kostenoverschrijdingen.
2. Waarom geen 100% groene energie?
Milieuorganisaties en groene partijen argumenteren dat de miljarden die nu naar de nationalisering van oude centrales gaan, veel beter rechtstreeks geïnvesteerd kunnen worden in hernieuwbare energie (zon en wind), de uitbreiding van het stroomnet en grootschalige batterij-opslag.
De regering-De Wever countert dit met het argument van de bevoorradingszekerheid. Groene energie is afhankelijk van het weer. Tijdens een Dunkelflaute — een ijskoude, windstille winterperiode waarin de zon niet schijnt — produceren windmolens en zonnepanelen nauwelijks stroom. Omdat grootschalige batterij-opslag om heel België wekenlang te bevoorraden vandaag nog niet klaar is, ziet de regering kernenergie als een noodzakelijke, CO2-arme 'basislast' die altijd aanstaat. Daarnaast is België simpelweg te klein en te dichtbevolkt om fysiek genoeg windmolens te plaatsen voor de zware industrie (zoals de chemie in de Antwerpse haven).
3. Waarom niet gewoon energie importeren?
Technisch gezien kan België stroom importeren via de sterke hoogspanningsverbindingen met buurlanden zoals Frankrijk, Nederland en Duitsland. Toch wil de regering hier niet volledig afhankelijk van zijn vanwege drie cruciale risico's:
- Gelijktijdigheid: Als het in België ijskoud en windstil is, is dat in de buurlanden vaak ook zo. Zij hebben hun stroom dan zelf hard nodig, waardoor er een risico op stroomtekorten ontstaat.
- Prijsmanipulatie: Een land dat zelf geen energie opwekt, heeft geen controle over de tarieven en is volledig overgeleverd aan buitenlandse prijsstijgingen.
- Geopolitieke kwetsbaarheid: Sinds de recente wereldwijde gascrisissen wil de politiek 'baas in eigen buik' zijn. Volledige afhankelijkheid van het buitenland voor een vitale behoefte als elektriciteit wordt gezien als een strategisch gevaar.
Conclusie
Het energiedebat in België is een complexe afweging geworden tussen enerzijds de nucleaire risico's en de afvalberg voor toekomstige generaties, en anderzijds de angst voor geopolitieke afhankelijkheid, stroomtekorten en onbetaalbare energiefacturen. Met het aanstellen van Rothschild & Co kiest de regering definitief voor het nucleaire spoor, maar de échte onderhandelingen en de financiële afrekening moeten na de zomer nog beginnen.
Bron: Dit artikel is gebaseerd op berichtgeving en analyses van De Morgen en Business AM.