De Belgische veiligheidsdiensten maken zich steeds meer zorgen over een opvallende evolutie: minderjarigen en jongvolwassenen die via het internet in korte tijd radicaliseren en bereid zijn geweld te gebruiken. Volgens de meest recente analyses van de Staatsveiligheid gaat het niet langer uitsluitend om volwassenen. Zelfs kinderen van amper twaalf jaar zijn de voorbije periode opgedoken in onderzoeken naar extremisme.
Die bezorgdheid krijgt extra aandacht na de dodelijke aanslag op de Pride in Berlijn. Hoewel het onderzoek daar nog volop loopt, wijzen verschillende elementen volgens terreurexpert Faroek Özgünes in de richting van jihadistisch geïnspireerd geweld.
“Het extremistische gedachtegoed van Islamitische Staat leeft online nog altijd voort”, stelt Özgünes in
Het Laatste Nieuws.
Ook België kent gelijkaardige dossiers
Volgens de terreurexpert bevinden zich ook in Belgische jeugdinstellingen jongeren die eerder werden opgepakt omdat ze plannen maakten voor een aanslag in ons land. Zij volgen begeleiding en deradicaliseringstrajecten, maar de vraag blijft hoe succesvol die aanpak op lange termijn is.
“De grootste uitdaging begint vaak pas wanneer deze jongeren opnieuw in de samenleving terechtkomen.”
Het risico bestaat dat kwetsbare jongeren, die jarenlang online werden beïnvloed door extremistische propaganda, opnieuw vatbaar worden voor radicale boodschappen.
Internet blijft een krachtige motor
Waar extremistische organisaties vroeger vooral probeerden mensen naar conflictgebieden te lokken, verloopt radicalisering vandaag steeds vaker volledig online. Via sociale media, chatgroepen en versleutelde communicatieplatformen kunnen jongeren in korte tijd worden blootgesteld aan gewelddadige propaganda.
Volgens veiligheidsdiensten maakt net die digitale verspreiding het moeilijker om radicalisering tijdig te herkennen.
Voertuigen blijven geliefd wapen
De aanslag in Berlijn toont volgens experts ook aan dat eenvoudige middelen nog altijd een groot gevaar vormen. Voertuigen worden al jarenlang gebruikt bij jihadistische aanslagen omdat ze gemakkelijk beschikbaar zijn en op drukke plaatsen veel slachtoffers kunnen maken.
Na eerdere aanslagen in onder meer Nice, Berlijn, Londen en Barcelona werden op tal van locaties betonnen blokkades en andere veiligheidsmaatregelen ingevoerd. Toch blijkt volledige bescherming onmogelijk wanneer daders zwakke plekken weten te vinden.
Europese cijfers tonen hardnekkig probleem
Ook recente cijfers van Europol illustreren dat jihadistisch terrorisme een belangrijke dreiging blijft binnen Europa. Van de 45 geregistreerde terreuraanslagen in het afgelopen jaar hielden er 24 verband met jihadistisch extremisme. Opvallend is bovendien dat ongeveer een derde van de gearresteerde verdachten achttien jaar of jonger was.
Voor veiligheidsdiensten ligt de grootste uitdaging daarom niet alleen bij het voorkomen van nieuwe aanslagen, maar ook bij het begeleiden van geradicaliseerde jongeren.
“De vraag is niet alleen hoe iemand radicaliseert, maar vooral met welke overtuigingen hij of zij uiteindelijk terugkeert naar de maatschappij”, besluit Özgünes.