Wie vanaf 1 juli zonder ticket op de trein stapt, is onherroepelijk een zwartrijder. De
NMBS schrapt definitief de mogelijkheid om nog aan boord een vervoersbewijs te kopen bij de treinbegeleider. Met deze drastische maatregel wil de spoorwegmaatschappij de torenhoge fraude aanpakken en het spoorpersoneel beschermen tegen agressie.
Einde aan de grijze zone
Tot nog toe maakte amper één procent van de reizigers gebruik van het zogenaamde boordtarief, waarbij men mits een toeslag van 9 euro nog een ticket kon kopen op de trein. Volgens de NMBS zorgde dit echter voor een hardnekkige grijze zone. Reizigers wachtten vaak bewust af of er wel controle kwam. Uit cijfers blijkt dat maar liefst 7 procent van de passagiers geen geldig ticket op zak heeft, wat de spoorwegen jaarlijks tot 80 miljoen euro aan misgelopen inkomsten kost.
Naast de financiële kater moet de maatregel vooral de veiligheid verhogen. Discussies over zwartrijden zijn de hoofdoorzaak van verbale en fysieke agressie tegen spoorwegpersoneel. Vorig jaar werden er maar liefst 2.600 incidenten gemeld—een hallucinant gemiddelde van zeven gevallen per dag.
Strengere controles, ook op het perron
Vanaf juli verandert de aanpak grondig. Reizigers moeten hun vervoersbewijs al vóór het instappen op zak hebben. Om dit te handhaven, zet de NMBS mobiele controleteams in die reizigers al op de perrons zullen controleren. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met Securail en de spoorwegpolitie.
Wie toch wordt betrapt, riskeert een gepeperde rekening. In eerste instantie krijgt de overtreder veertien dagen de tijd om een regularisatie van 90 euro te betalen. Gebeurt dat niet, dan volgt een administratieve boete van 250 euro, die bij herhaaldelijk zwartrijden kan oplopen tot 500 euro.
Er is één belangrijke uitzondering: wanneer een ticketautomaat in het station defect is, wordt de treinbegeleider automatisch verwittigd. In dat geval krijgt de reiziger uiteraard geen boete, maar kan het ticket achteraf binnen de veertien dagen tegen het normale tarief worden afgerekend. De nieuwe regel geldt voor alle binnenlandse treinen en de meeste grensoverschrijdende verbindingen, met uitzondering van enkele internationale lijnen zoals de EuroCity en TGV.