Het Europees Parlement heeft ingestemd met soepelere regels voor moderne genbewerkingstechnieken (NGT's) bij planten, dat weet
vrtnws. Met deze technologie kan het DNA van gewassen zeer gericht worden aangepast, zonder dat er vreemd genetisch materiaal wordt ingebracht. Hierdoor kunnen planten sneller worden ontwikkeld om bijvoorbeeld beter bestand te zijn tegen extreem weer of ziektes. Volgens experten komt de beslissing geen moment te vroeg om de achterstand op landen als de VS en China in te lopen.
De versoepeling geldt specifiek voor de zogeheten 'NGT-1'-categorie: planten met eenvoudige mutaties die ook spontaan in de natuur of via klassieke veredeling hadden kunnen ontstaan. Deze worden voortaan behandeld als klassieke planten. Voor ingrijpende aanpassingen (NGT-2) blijven de strenge ggo-regels gelden. Het zal nog minstens twee jaar duren voor de eerste producten op de markt verschijnen.
Milieuvoordeel: Minder nood aan pesticiden
Voorstanders wijzen op de grote ecologische voordelen van de technologie. Als we bijvoorbeeld het DNA van een aardappelplant zo kunnen aanpassen dat de plant van nature resistent is tegen de aardappelziekte (een hardnekkige schimmel), hoeft de boer die aardappel veel minder vaak te bespuiten met chemische bestrijdingsmiddelen. In die zin kan genbewerking juist helpen om de hoeveelheid pesticiden op ons voedsel en in het milieu drastisch te verlagen.
De keerzijde: Ecologische en economische risico's
Ondanks de strenge voedselveiligheidsnormen in Europa, blijft het dossier rond NGT's uiterst controversieel. Tegenstanders en milieuorganisaties waarschuwen voor risico's die niet zozeer met onze gezondheid te maken hebben, maar wel met de natuur en de economie:
- Ecologische gevaren (Biodiversiteit): Er is angst voor onvoorziene langetermijneffecten op het ecosysteem. Wanneer een genetisch aangepast gewas resistent is tegen bepaalde ziektes of extreme droogte, kan het dominant worden en wilde plantensoorten verdringen. Ook is er bezorgdheid over de impact op insecten en de bodembiologie als gemodificeerde planten zich ongecontroleerd in de natuur verspreiden.
- Economische gevaren (Monopolie op voedsel): Critici vrezen dat grote agrochemische multinationals patenten zullen nemen op de verbeterde gewassoorten. Als een handvol megabedrijven de intellectuele eigendom bezit van zaden die bestand zijn tegen klimaatverandering, worden boeren wereldwijd extreem afhankelijk van hen. Dit kan de zaadprijzen opdrijven en traditionele, lokale landbouwers buitenspel zetten.
Om aan deze economische zorgen tegemoet te komen, heeft de EU transparantiemaatregelen ingevoerd. Er mag geen patent worden genomen op eigenschappen of DNA-sequenties die al in de natuur voorkomen. De komende jaren moet blijken of deze vangnetten voldoende zijn om de markt eerlijk en de natuur in balans te houden.