Terwijl de Vlaamse regering worstelt met een nieuwe besparingsronde van 35,5 miljoen euro bij
De Lijn, trekt de bekende mobiliteitsexpert Herman Welter (83) aan de alarmbel. In een scherp interview met
Gazet van Antwerpen stelt de analist, die het openbaar vervoer al sinds 1964 op de voet volgt, dat geldgebrek een flauw excuus is. Volgens hem kan de bus en tram met de huidige middelen véél aantrekkelijker worden, mits er politieke wil is.
De "onbegrijpelijke" verkeerslichten van Antwerpen
Een van de grootste pijnpunten is volgens Welter de doorstroming. In steden als Antwerpen en Gent staan trams vaak letterlijk voor rood te wachten, wat de snelheid en betrouwbaarheid volledig onderuit haalt. "De tram moet alleen groen krijgen als hij het verkeerslicht nadert. In het buitenland is dat al decennia zo. In Antwerpen heeft de tram groen als hij er niet is. Begrijpe wie kan", aldus een verbaasde Welter in GvA.
Doorstroming zorgt niet alleen voor tevreden reizigers, maar verlaagt ook de exploitatiekosten aanzienlijk. Welter benadrukt dat deze dossiers al sinds de jaren 70 op de plank liggen, maar dat de politiek weigert ze echt uit te voeren. "Met de huidige middelen en vooral politieke moed kunnen we tram en bus op korte termijn veel aantrekkelijker maken."
"Derdewereldstad-taferelen" in Berchem
De expert spaart zijn kritiek op de huidige staat van het netwerk niet. Hij wijst op de Grote Steenweg in Berchem, een cruciale ader voor het Antwerpse tramverkeer, waar toestanden heersen die hij vergelijkt met een derdewereldstad. "Op de Grote Steenweg in Berchem rijden de trams met 10 kilometer per uur. En dat in een stad die zich als wereldhaven profileert", klinkt het kritisch.
Het gebrek aan onderhoud, ingezet onder ministers als Ben Weyts (N-VA), heeft ertoe geleid dat momenteel 13 procent van het Antwerpse en Gentse tramnet niet in bedrijf is. Reizigers worden geconfronteerd met bussen van meer dan twintig jaar oud, terwijl broodnodige investeringen in onderhoud jarenlang zijn uitgesteld.
Modal shift of "zuiver autoproject"?
Welter stelt ook grote vragen bij de prioriteiten van de Vlaamse overheid. Terwijl er miljarden gaan naar het Oosterweelproject, wordt er beknibbeld op de basisbereikbaarheid. Volgens de expert werd Oosterweel verkocht als een project voor de 'modal shift' (50% wegverkeer, 50% alternatieven), maar is het in de praktijk een "zuiver autoproject" geworden waarbij budgetten voor de tram werden versluisd naar asfalt.
De aangekondigde investering van 400 miljoen euro door minister Annick De Ridder (N-VA) noemt hij een noodzakelijke inhaalbeweging voor de verouderde vloot, maar geen structurele oplossing voor de toenemende vervoersarmoede. "De bus is voor veel mensen in onze samenleving de enige manier om zich te verplaatsen," besluit Welter. Zonder ingrepen dreigt het Vlaamse openbaar vervoer volgens hem definitief in de marginaliteit te belanden.