Het is een scenario waar burgemeesters en korpschefs van wakker liggen: een juridisch gat waardoor kleine misdrijven op straat tijdelijk onbestraft blijven. Vanaf 8 april 2026 treedt het langverwachte nieuwe Strafwetboek in werking, maar een cruciale aanpassing van de GAS-wetgeving ontbreekt nog steeds. Zonder snelle ingreep van de federale regering dreigt er een handhavingsvacuüm voor feiten die dagelijks de leefbaarheid in onze steden bepalen. Dat meldt Het Nieuwsblad.
De weeffout in de nieuwe wet
Het probleem is technisch, maar de gevolgen zijn tastbaar. Het nieuwe Strafwetboek, dat Napoleon definitief naar de geschiedenisboeken verwijst, herdefinieert tal van misdrijven en past de strafmaten aan. Echter, de zogenaamde gemengde inbreuken — feiten die zowel strafrechtelijk als via een gemeentelijke boete (GAS) kunnen worden aangepakt — zijn nog niet afgestemd op deze nieuwe realiteit.
De Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) trekt aan de alarmbel. Als de verwijzingen in de GAS-wet op 8 april niet overeenstemmen met de nieuwe artikelen in het Strafwetboek, verliezen gemeenten hun juridische basis om op te treden. In de praktijk betekent dit dat lokale handhavers met de handen gebonden zijn bij inbreuken zoals:
- Vandalisme en opzettelijke beschadigingen aan privé-eigendom.
- Kleine winkeldiefstallen waarbij de dader op heterdaad wordt betrapt.
- Beledigingen aan het adres van agenten of stadspersoneel.
- Lichte vormen van fysieke agressie (slagen en verwondingen zonder werkonbekwaamheid).
Het risico op seponering
Hoewel het parket deze feiten theoretisch nog steeds kan vervolgen, wijst de realiteit op een ander gevaar. Procureurs kampen al jaren met een enorme werklast en geven prioriteit aan zware criminaliteit. Kleine vergrijpen zoals een omgetrapte vuilnisbak of een belediging worden in de praktijk vaak geseponeerd.
De GAS-boete fungeert momenteel als hét vangnet: een snelle, gegarandeerde sanctie die een duidelijk signaal geeft aan de overtreder. Valt dit vangnet weg, dan verdwijnt volgens lokale besturen de preventieve werking van hun veiligheidsbeleid. Een waarschuwing zonder sanctie wordt immers een "lege doos".
De klok tikt voor minister Quintin
Ondanks de waarschuwingen van het College van procureurs-generaal om de invoering van het volledige Strafwetboek uit te stellen, houdt minister van Justitie Annelies Verlinden vast aan de deadline van 8 april. De bal ligt nu in het kamp van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin.
Vorige week gaf de minister de opdracht om de GAS-wet versneld aan te passen, maar de tijd is uiterst schaars. Een normaal wetgevingsproces neemt maanden in beslag. De hoop rust nu op een spoedprocedure in de Kamer. Indien het wetsontwerp binnen de komende twee weken door de commissie raakt, kan het net voor de deadline gestemd worden. Zo niet, dan stevent België af op een periode van onduidelijkheid waarin de politie wel kan vaststellen, maar de gemeente niet kan sanctioneren.