Na een nieuwe golf van schietpartijen in de hoofdstad eisen Brusselse burgemeesters extra manschappen en een federaal actieplan. Maar volgens criminoloog Jelle Janssens (UGent) is enkel rekenen op meer
politie en middelen geen wondermiddel. “De kernvraag is niet hoeveel agenten je hebt, maar vooral hóe je ze inzet”, zo klinkt het op VRT NWS.
Golf van geweld en politieke roep om hulp
Brussel werd de voorbije dagen opnieuw opgeschrikt door een aaneenschakeling van schietincidenten. Binnen amper vier dagen tijd vonden er minstens zes schietpartijen plaats, waarbij de politie uiteindelijk twee mogelijke verdachten kon inrekenen en oorlogswapens met steps in beslag nam.
De aanhoudende escalatie leidt tot grote politieke druk. Burgemeester Jean Spinette (PS) van Sint-Gillis zat om de tafel met minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR). Spinette herhaalde daar zijn eis voor extra steun en eist voor Brussel dezelfde middelen als de Antwerpse politie. Eerder pleitte hij al voor 80 extra agenten.
Geen tekort aan manschappen
Criminoloog Jelle Janssens nuanceert die vergelijking met Antwerpen. Volgens hem is er in Brussel niet noodzakelijk een gebrek aan personeel. “Brussel kent momenteel zes lokale politiezones die samen een eengemaakte zone van zo’n 6.500 mensen gaan vormen. Daarbovenop komt nog eens de federale politie met circa 600 tot 700 manschappen. Dat is niet niks; de vraag is hoe efficiënt je die middelen aanwendt”.
Hoewel de geplande fusie tot één eengemaakte zone — die vanaf 1 januari 2028 'Politie Brussel' zal heten en wordt opgedeeld in 9 territoriale divisies — een goede stap is om grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken, verdwijnt het fundamentele probleem niet.
“De Brusselse veiligheidsarchitectuur blijft extreem versnipperd. Je behoudt nog altijd 19 burgemeesters die elk hun eigen accenten leggen in preventie en veiligheid, naast het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en een hoge vertegenwoordiger”.
Meer dan alleen arresteren
Janssens benadrukt dat louter de politiële en justitiële druk opvoeren neerkomt op symptoombestrijding. “Je kunt niet blijven arresteren. Waar eindigt dat?”
In dat kader noemt hij een opvallende actie van burgemeester Spinette — die op straat rechtstreeks drugsdealers aansprak — een stap in de goede richting. “Het toont lef dat hij zich tussen de burgers beweegt en mensen aanspreekt op hun gedrag. Contact leggen is een belangrijke eerste stap”.
Om het drugsgeweld op de lange termijn een halt toe te roepen, moet de overheid de diepere wortels van de problematiek aanpakken. Daarin sluit de criminoloog aan bij de politievakbond NSPV. De politie kan dit niet alleen oplossen; er is een breed offensief nodig op het vlak van:
- Armoedebestrijding: het creëren van perspectief in kwetsbare buurten.
- Preventie en straathoekwerk: jongeren uit de handen van drugsbendes houden.
- Sociaaleconomische investeringen: de algemene leefbaarheid en situatie in de hoofdstad structureel verbeteren.