Eerder stoppen met werken klinkt aantrekkelijk, maar hoeveel geld heb je daarvoor eigenlijk nodig? Een bedrag van 100.000 euro klinkt voor veel mensen als een enorm vermogen, terwijl iemand anders daar misschien maar enkele jaren mee vooruit kan. Er bestaat dan ook geen magisch bedrag dat voor iedereen volstaat.
De belangrijkste vraag is hoeveel je jaarlijks nodig hebt.
Wie bijvoorbeeld 30.000 euro per jaar nodig heeft om comfortabel te leven, heeft een veel grotere financiële buffer nodig dan iemand die met 20.000 euro rondkomt. Ook een afbetaalde woning maakt een groot verschil, omdat de maandelijkse woonkost daardoor veel lager kan liggen.
De bekende 4-procentregel
Bij financiële planning wordt vaak gekeken naar de zogenaamde 4-procentregel. Het idee is dat iemand in het eerste jaar ongeveer 4 procent van zijn beleggingsvermogen opneemt en dat bedrag daarna aanpast aan de inflatie. De regel is echter geen garantie. Recent onderzoek van Morningstar benadrukt dat de veilige opname sterk afhankelijk is van de omstandigheden en de gekozen strategie.
Als eenvoudige rekenoefening betekent 4 procent het volgende:
- 20.000 euro jaarlijkse uitgaven → ongeveer 500.000 euro vermogen
- 30.000 euro jaarlijkse uitgaven → ongeveer 750.000 euro
- 40.000 euro jaarlijkse uitgaven → ongeveer 1 miljoen euro
- 50.000 euro jaarlijkse uitgaven → ongeveer 1,25 miljoen euro
Dit zijn rekenvoorbeelden, geen gegarandeerde bedragen. Wie veel vroeger stopt met werken, moet immers mogelijk veel langer van zijn vermogen leven.
België maakt de berekening iets ingewikkelder
Wie op bijvoorbeeld 55 jaar stopt met werken, hoeft niet noodzakelijk de rest van zijn leven volledig uit spaargeld te betalen. Op een bepaald moment kan er immers een wettelijk pensioen volgen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar je spaarrekening te kijken. De Federale Pensioendienst raadt aan om via MyPension je vroegst mogelijke pensioendatum en het effect van je geplande stopdatum op je pensioenbedrag te bekijken.
Wie bijvoorbeeld tien jaar moet overbruggen voordat een pensioeninkomen begint, heeft een andere vermogensbehoefte dan iemand die het volledige pensioen nog tientallen jaren moet missen.
Spaargeld is niet hetzelfde als vermogen
Ook dat verschil wordt vaak vergeten. De Nationale Bank van België maakt onderscheid tussen onder meer financiële activa, vastgoed en schulden. Het nettovermogen ontstaat nadat de verplichtingen van de bezittingen zijn afgetrokken.
Een gezin met een volledig afbetaalde woning van 500.000 euro en 150.000 euro aan financiële middelen staat dus financieel anders dan iemand met 650.000 euro op beleggingen, zelfs als het totale vermogen vergelijkbaar is.
Belgische gezinnen beschikken overigens over grote financiële reserves. In het eerste kwartaal van 2026 bedroegen de financiële activa van Belgische gezinnen samen 1.708,5 miljard euro. Daarvan stond 305,4 miljard euro op gereglementeerde spaarrekeningen.
Hoeveel heb je dan écht nodig?
Een eerste berekening begint dus beter niet bij de vraag “Hoeveel moet ik
sparen?”, maar bij “Hoeveel geef ik per jaar uit?”
Tel vervolgens je verwachte pensioeninkomen mee, kijk hoeveel jaren je moet overbruggen en houd rekening met inflatie, belastingen, rendement en onverwachte kosten.
Voor iemand die 30.000 euro per jaar nodig heeft, kan 750.000 euro volgens de eenvoudige 4-procentberekening een vertrekpunt zijn. Maar wie op 50-jarige leeftijd stopt, moet veel voorzichtiger rekenen dan iemand die slechts enkele jaren vóór de wettelijke pensioenleeftijd stopt.
Vroeger stoppen met werken draait dus minder om één magisch spaarbedrag dan om de verhouding tussen je vermogen, je uitgaven en je toekomstige inkomsten. Wie zijn jaarlijkse kosten laag kan houden en later nog een pensioeninkomen ontvangt, heeft een heel andere uitgangspositie dan iemand die zijn volledige levensonderhoud uit zijn vermogen moet halen.