Hoeveel geld zou je eigenlijk op je spaarrekening moeten hebben voor onverwachte kosten? Een bedrag van 5.000 of 10.000 euro klinkt misschien logisch, maar er bestaat geen universeel bedrag dat voor elk gezin geschikt is. Volgens Wikifin, het financiële informatieplatform van de FSMA, hangt de ideale spaarbuffer af van je inkomsten, uitgaven en persoonlijke situatie. Vaak wordt een reserve van drie tot zes netto-maandlonen aangeraden.
Geen vast bedrag voor iedereen
Wie 2.500 euro netto per maand verdient, heeft volgens die richtlijn een andere buffer nodig dan iemand die maandelijks 4.000 euro verdient. Bij een netto-inkomen van 2.500 euro komt drie maanden inkomen bijvoorbeeld neer op 7.500 euro. Zes maanden inkomen betekent dan 15.000 euro.
Bij een netto-inkomen van 4.000 euro gaat het om een buffer van 12.000 tot 24.000 euro.
Dat zijn geen verplichte bedragen. Wikifin benadrukt dat de grootte van de reserve afhankelijk is van de persoonlijke en professionele situatie.
Waarom heb je zo'n buffer nodig?
Een spaarbuffer is bedoeld voor kosten die je niet hebt gepland. Denk bijvoorbeeld aan een kapotte wasmachine, onverwachte herstellingen aan je woning of auto of een periode waarin je inkomen tijdelijk lager ligt.
Het idee is dat je voor zulke uitgaven niet meteen een lening hoeft aan te gaan of je beleggingen moet verkopen.
Een belangrijk onderscheid is daarbij dat je geplande uitgaven niet tot je noodbuffer rekent. Wie bijvoorbeeld over twee jaar een nieuwe auto wil kopen, kan daarvoor beter een afzonderlijk spaarpotje aanleggen. Hetzelfde geldt voor een geplande reis of verbouwing.
Waar bewaar je het geld?
Voor een financiële buffer is het vooral belangrijk dat je snel aan het geld kunt wanneer dat nodig is. Wikifin raadt daarom aan om de reserve bij voorkeur op een spaarrekening te bewaren.
Het rendement is daarbij minder belangrijk dan de beschikbaarheid en het beperkte risico. Geld dat je op korte termijn nodig kunt hebben, is volgens Wikifin niet hetzelfde als geld dat je jarenlang kunt missen en eventueel zou kunnen beleggen.
Eerst drie maanden, daarna verder opbouwen
Wie vandaag nauwelijks spaargeld heeft, hoeft dus niet meteen een buffer van zes maanden inkomen bij elkaar te hebben. Een eerste doel kan bijvoorbeeld drie netto-maandlonen zijn. Daarna kun je de reserve verder aanvullen.
Hoe groot de buffer uiteindelijk moet worden, hangt onder meer af van je vaste kosten, gezinssituatie en werkzekerheid. Een gezin met kinderen en een hypotheek kan bijvoorbeeld met andere onverwachte kosten geconfronteerd worden dan iemand die alleen woont en weinig vaste verplichtingen heeft.
Ook je auto kan een rol spelen. Als je ervan afhankelijk bent om te gaan werken, kan een onverwachte herstelling een grotere impact hebben op je budget.
En hoeveel staat er dan best op jouw rekening?
Er is dus geen magisch bedrag zoals 10.000 euro dat voor iedereen geldt. Een eenvoudige berekening is: neem je netto maandinkomen en vermenigvuldig dat met drie tot zes.
Verdien je 3.000 euro netto per maand, dan ligt de richtlijn bijvoorbeeld tussen 9.000 en 18.000 euro.
Die buffer is geen doel op zich. Zodra je voldoende reserve hebt voor onverwachte situaties, kun je voor andere doelen afzonderlijk
sparen. Wikifin raadt ook aan om eerst je inkomsten en uitgaven in kaart te brengen, zodat je weet hoeveel financiële ruimte je werkelijk hebt.
Voor wie een buffer opbouwt, is vooral één regel belangrijk: het bedrag moet groot genoeg zijn om een financiële tegenvaller op te vangen zonder meteen in de problemen te komen. En precies hoeveel dat is, verschilt van persoon tot persoon.