De gemoederen in de Wetstraat en ver daarbuiten zijn verhit nadat minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) verklaarde dat vrouwen "zich zullen aanpassen" aan de nieuwe pensioenregels. De uitspraak suggereert dat wie een fatsoenlijk
pensioen wil, simpelweg meer moet werken. Maar voor veel vrouwen voelt dit als een bittere pil: zij dragen historisch gezien vaker de zorgtaken en werken vaker deeltijds, waardoor de nieuwe "spelregels" hen onverwacht hard raken.
De kloof van 400 euro
De realiteit is vandaag al schrijnend: een gepensioneerde vrouw ontvangt gemiddeld 1.853 euro bruto, terwijl een man 2.252 euro bruto opstrijkt. Een verschil van bijna 400 euro per maand. De oorzaak ligt in het verleden; vrouwen werken vaker deeltijds (40% tegenover 10% bij mannen) en hebben vaker hiaten in hun loopbaan door zorg voor kinderen of ouders.
De nieuwe hervorming dreigt deze kloof voor de huidige generatie vijftigers niet te dichten, maar juist te verankeren. Volgens experten zoals Ria Janvier zijn vooral vrouwen de dupe omdat de voorwaarden voor vervroegd pensioen strenger worden.
De valstrik van de "gewerkte dagen"
Wie vroeger vervroegd met pensioen wilde, had genoeg aan 104 gewerkte dagen per jaar om dat jaar te laten meetellen. Dat cijfer wordt nu opgetrokken naar 156 dagen.
- De impact: Dit betekent dat je minstens halftijds gewerkt moet hebben.
- Het probleem: De regel geldt met terugwerkende kracht. Vrouwen die in de jaren '90 of '00 bewust minder werkten om voor hun gezin te zorgen, kunnen die dagen nu niet meer "bijwerken". Zij moeten noodgedwongen langer doorgaan dan gepland.
Ook de introductie van de pensioenmalus — een financiële sanctie voor wie stopt vóór de wettelijke pensioenleeftijd — treft vrouwen harder. Omdat periodes van gewone werkloosheid niet meetellen als "gewerkte dagen" voor deze berekening, lopen zij vaker tegen deze boete aan.
Het plafond op gelijkgestelde periodes
Een loopbaan bestaat vaak voor een deel uit 'gelijkgestelde periodes': dagen waarop je niet werkte door ziekte, zorgverlof of werkloosheid, maar die wel meetelden voor je pensioenopbouw. Voor wie geboren is na 1968, wordt dit nu geplafonneerd op 20% van de loopbaan. Alles daarboven telt niet meer mee, wat direct resulteert in een lager eindbedrag.
De toekomst: Pas beterschap in 2070?
Hoewel minister Jambon volhoudt dat de hervorming de pensioenkloof op lange termijn zal verkleinen, geven experten aan dat dit effect pas rond 2070 volledig zichtbaar zal zijn. De huidige twintigers en dertigers kunnen hun gedrag immers nog bijsturen.
Arbeidseonoom Stijn Baert benadrukt dat een echte verandering pas mogelijk is als ook de maatschappij evolueert. Zolang de kinderopvang schaars en duur is, en de "mentale last" van het huishouden hoofdzakelijk bij vrouwen ligt, blijft "meer werken" voor velen een onmogelijke opdracht. De roep om een krachtiger familiekrediet en een betere balans tussen werk en privé klinkt dan ook luider dan ooit.