De federale regering heeft de knoop definitief doorgehakt: de grootschalige pensioenhervorming van minister Jan Jambon (N-VA) is klaar voor het parlement. Voor wie nog niet met
pensioen is, veranderen de spelregels aanzienlijk. De focus verschuift van "leeftijd" naar "effectieve werkdagen". Wij vatten de meest cruciale veranderingen voor u samen, zodat u weet waar u aan toe bent.
1. Langer werken wordt de nieuwe norm (ook voor 60-plussers)
De wettelijke pensioenleeftijd stijgt naar 67 jaar in 2030, maar de achterpoortjes voor vervroegd pensioen worden nu een stuk nauwer.
- De nieuwe 156-dagenregel: Om een jaar als "loopbaanjaar" te laten tellen, moet u voortaan minstens 156 dagen per jaar werken of gelijkgesteld zijn (zoals ziekte of zorgverlof). Dat is een forse stijging ten opzichte van de huidige 104 dagen. In de praktijk betekent dit dat wie minder dan halftijds werkt, mogelijk langer zal moeten doorgaan om aan een volledige loopbaan te komen.
- Uitzondering voor vroege starters: Wie al op zijn 18e of 19e is begonnen, kan nog steeds op zijn 60e stoppen, mits er 42 effectief gewerkte jaren op de teller staan.
2. De Bonus-Malus: Een wortel en een stok
Het pensioensysteem wordt meer dan ooit een verzekeringssysteem: wie langer bijdraagt, krijgt meer; wie vroeger stopt, levert in.
- De Malus (De Straf): Bent u geboren in of na 1975? Dan verliest u voortaan 5% van uw pensioenbedrag voor elk jaar dat u vóór uw wettelijke pensioenleeftijd stopt. U kunt deze korting enkel vermijden als u kunt bewijzen dat u een zeer lange, solide loopbaan van minstens 35 jaar met voldoende gewerkte dagen heeft gehad.
- De Bonus (De Beloning): Doorwerken na uw 67e loont. Voor elk extra jaar dat u aan de slag blijft, stijgt uw pensioenbedrag met 5%. Let op: periodes van werkloosheid of SWT tellen hierbij niet mee als "werken".
3. Ambtenaren verliezen hun "gouden" statuut
De hervorming trekt de pensioenen van ambtenaren stap voor stap gelijk met die van werknemers in de privésector. De tijd dat ambtenaren automatisch sneller en met een hoger pensioen stopten, loopt ten einde.
- Einde van de laatste 10 jaar: Vroeger werd het pensioen van een ambtenaar berekend op het (vaak hoge) loon van de laatste 10 jaar. Dat wordt nu heel traag opgetrokken naar een gemiddelde over de volledige loopbaan van 45 jaar.
- Diplomabonus verdwijnt: De automatische extra loopbaanjaren die ambtenaren kregen voor hun hogere studies (de zogenaamde verhogingscoëfficiënt) worden afgebouwd. Enkel voor "actieve diensten" zoals de brandweer, politie en het basisonderwijs blijft een klein voordeel bestaan.
- NMBS & Militairen: De uitzonderlijk vroege pensioenleeftijden voor rijdend personeel en militairen verdwijnen. Vanaf 2027 schuift hun pensioenleeftijd elk jaar een stukje op.
4. Strenger voor werkloosheid en SWT
De regering wil niet dat mensen die veel gewerkt hebben op het einde van de rit minder overhouden dan wie langdurig werkloos is geweest.
- Het plafond: Gelijkgestelde periodes (zoals werkloosheid of SWT) mogen voor wie jonger is dan 58 nog maar maximaal 20% van de totale loopbaan uitmaken voor de pensioenberekening. Alles daarboven telt niet meer mee voor uw pensioenbedrag.
- Ziektepensioen: Overheden kunnen zieke ambtenaren niet langer "dumpen" in het pensioenstelsel. De werkgever wordt zelf financieel verantwoordelijk voor hun re-integratie.