Veel mensen hebben al hun spaargeld op één spaarrekening staan. Dat is eenvoudig en overzichtelijk, maar in sommige situaties kan het interessanter zijn om je geld over meerdere spaarrekeningen te verdelen. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer je verschillende spaardoelen hebt, maar er is nog een andere belangrijke reden: de bescherming van je spaargeld.
Wie meerdere rekeningen gebruikt, moet daarbij wel goed opletten. Twee spaarrekeningen bij dezelfde bank betekenen namelijk niet automatisch twee keer zoveel bescherming.
Meerdere rekeningen kunnen meer overzicht geven
Een eerste reden om je spaargeld te verdelen, is simpelweg het overzicht.
Je kunt bijvoorbeeld één rekening gebruiken voor je financiële buffer, een tweede voor een geplande grote aankoop en een derde voor geld dat je langere tijd niet nodig hebt. Op die manier zie je onmiddellijk hoeveel geld voor welk doel bestemd is.
Wikifin raadt spaarders ook aan om eerst te bepalen hoeveel geld ze als financiële buffer nodig hebben. Die buffer moet beschikbaar zijn voor onverwachte uitgaven of veranderingen in je inkomsten. Hoe groot die buffer moet zijn, verschilt van persoon tot persoon.
Door verschillende rekeningen te gebruiken, wordt het bovendien psychologisch iets moeilijker om per ongeluk geld uit je reservepotje uit te geven.
De rente kan per rekening flink verschillen
Een tweede reden is de rente. Niet elke spaarrekening biedt dezelfde voorwaarden.
Bij een gereglementeerde spaarrekening bestaat de vergoeding doorgaans uit een basisrente en een getrouwheidspremie. De basisrente wordt berekend vanaf de dag na de storting. De getrouwheidspremie krijg je wanneer een bedrag twaalf maanden onafgebroken op de rekening blijft staan.
Dat betekent dat je kunt kiezen voor een rekening die vooral interessant is voor geld dat je regelmatig nodig hebt, en daarnaast voor een rekening waarop je geld langere tijd kunt laten staan.
Dat verschil kan belangrijk zijn. Als je bijvoorbeeld weet dat je een bedrag binnen enkele maanden nodig hebt, heb je weinig aan een rekening waarvan een groot deel van de opbrengst afhankelijk is van het twaalf maanden behouden van je geld.
Omgekeerd kan een rekening met een interessante getrouwheidspremie aantrekkelijker zijn voor geld dat je voorlopig niet nodig hebt.
Maar let op: twee rekeningen bij dezelfde bank tellen niet dubbel
Hier maken spaarders soms een belangrijke fout.
In België geldt de depositogarantie van maximaal 100.000 euro per persoon en per bank, en niet per afzonderlijke rekening. Heb je bij dezelfde bank bijvoorbeeld 60.000 euro op een spaarrekening en nog eens 60.000 euro op een tweede rekening, dan wordt voor de garantieregeling naar het totaal bij die bank gekeken.
Wie meer dan 100.000 euro aan beschermde tegoeden heeft en het risico wil spreiden, kan daarom verschillende banken gebruiken. Bij een faillissement wordt de bescherming immers per bank toegepast.
Heb je bijvoorbeeld 150.000 euro spaargeld, dan kan een verdeling over twee verschillende banken ervoor zorgen dat het volledige bedrag binnen de toepasselijke garantie van 100.000 euro per persoon en per instelling valt.
Let wel op dat je moet nagaan of het daadwerkelijk om verschillende instellingen gaat. Twee merknamen betekenen niet noodzakelijk dat je voor de depositogarantie met twee afzonderlijke banken te maken hebt.
Meerdere rekeningen geven je niet automatisch meer belastingvrije rente
Ook op fiscaal vlak is er een belangrijk aandachtspunt.
In 2026 zijn intresten op gereglementeerde spaarrekeningen vrijgesteld van roerende voorheffing tot 1.020 euro per belastingplichtige per jaar. Voor gehuwden of wettelijk samenwonenden die aan de voorwaarden voldoen, bedraagt de vrijstelling 2.040 euro.
Die grens geldt per persoon en niet per spaarrekening.
Je kunt dus niet bijvoorbeeld drie spaarrekeningen openen en op elke rekening 1.020 euro rente belastingvrij ontvangen. De intresten van je verschillende spaarrekeningen moeten samen worden bekeken.
Op het gedeelte boven de vrijgestelde grens geldt voor gereglementeerde spaarrekeningen een roerende voorheffing van 15 procent, volgens de regels die voor die rekeningen gelden.
Een rekening voor elk doel kan wel verstandig zijn
Voor veel spaarders hoeft het dus helemaal niet ingewikkeld te worden.
Een eenvoudige verdeling kan bijvoorbeeld bestaan uit een rekening voor je noodbuffer, een rekening voor een concreet spaardoel en eventueel een rekening voor geld dat je langere tijd niet nodig hebt.
Het voordeel is dat je niet voortdurend hoeft te onthouden welk deel van je spaargeld eigenlijk al een bestemming heeft.
Wie daarnaast verschillende banken gebruikt, kan ook de depositogarantie beter benutten wanneer het totale spaargeld boven 100.000 euro uitkomt.
Kijk niet alleen naar het hoogste rentepercentage
Tot slot is het belangrijk om niet blind voor de rekening met het hoogste percentage te kiezen.
Een spaarrekening kan bijvoorbeeld een aantrekkelijke totale rente vermelden, maar daar kunnen voorwaarden aan verbonden zijn. Sommige gereglementeerde rekeningen hebben bijvoorbeeld beperkingen op het bedrag dat je kunt aanhouden of op hoeveel je maandelijks mag storten. Dat zijn de zogenaamde categorie-B-rekeningen.
Kijk daarom altijd naar de combinatie van basisrente, getrouwheidspremie, voorwaarden, kosten en de periode waarin je het geld kunt missen. Wikifin heeft daarvoor ook een vergelijkingstool voor spaarrekeningen.
Kortom: meerdere spaarrekeningen kunnen nuttig zijn om je geld overzichtelijk te verdelen, verschillende rentevoorwaarden te benutten en – bij grotere bedragen – je spaargeld over verschillende banken te spreiden. Maar meerdere rekeningen bij één bank verhogen de depositogarantie niet. Het gaat uiteindelijk niet om hoeveel rekeningen je hebt, maar om hoeveel geld je bij welke bank hebt staan en welke voorwaarden daaraan verbonden zijn.