Wie vandaag in België stopt met werken, stapt niet zomaar in een financieel onbezorgd leven. Uit een grootschalig onderzoek van bank-verzekeraar Belfius, waarbij de gegevens van maar liefst 270.000 klanten onder de loep werden genomen, blijkt dat de realiteit voor de grote meerderheid behoorlijk anders is.
Maar liefst acht op de tien gepensioneerden geven namelijk elke maand meer uit dan er aan wettelijk
pensioen op hun rekening wordt gestort. Het is een confronterend cijfer dat aantoont dat het klassieke pensioensysteem voor de meesten simpelweg niet meer volstaat om de levensstandaard aan te houden.
De verborgen kloof van zeshonderd euro
Het gaat hier niet om kleine bedragen. Gemiddeld gapen er maandelijks een gat van zo'n zeshonderd euro tussen wat de overheid overmaakt en wat er werkelijk van de rekening gaat. Voor de helft van de gepensioneerden liggen de uitgaven zelfs dertig procent hoger dan hun wettelijke uitkering.
Om dat verschil op te vangen, moeten mensen massaal hun eigen reserves aanspreken. Het extra budget komt dan voort uit groepsverzekeringen waarvoor tijdens de loopbaan is gespaard, of uit het persoonlijke spaarboekje en beleggingen die over de jaren heen zijn opgebouwd. Zonder die eigen buffer zouden velen direct in de financiële problemen komen.
Drie fases van het nieuwe leven
Het uitgavenpatroon na de actieve loopbaan is bovendien allesbehalve statisch. Belfius ziet een duidelijke verschuiving naarmate de jaren verstrijken. In de eerste jaren, de zogenoemde actieve fase, liggen de kosten vaak het hoogst. Mensen zijn dan nog fit, willen de wereld ontdekken, reizen veel en besteden een flink deel van hun budget aan vrije tijd en hobby’s.
Na verloop van tijd keert de rust echter terug en verschuift de aandacht naar de eigen woning. In deze tweede fase wordt er meer geïnvesteerd in dagelijks comfort en aanpassingen in huis. Uiteindelijk volgt de derde fase, waarin de vrijetijdskosten dalen maar de uitgaven voor medische zorg en ondersteuning onvermijdelijk de hoogte in schieten.
Regionale verschillen en de realiteit in de stad
Hoewel de verschillen tussen de gewesten op het eerste gezicht beperkt lijken, zijn ze er wel degelijk. In Vlaanderen en Wallonië ligt het totale gemiddelde inkomen — inclusief die extraatjes uit sparen en verzekeringen — rond de 2.720 euro, terwijl de maandelijkse uitgaven rond de 2.500 euro schommelen.
Brussel blijft op beide vlakken iets achter, wat vaak te maken heeft met een ander type loopbaan of woonomstandigheden. De rode draad blijft echter overal hetzelfde: wie een comfortabel leven wil leiden na zijn 65ste, moet rekenen op meer dan alleen de sociale zekerheid. Het pensioen van de toekomst is een combinatie van wat de staat biedt en wat je zelf hebt voorbereid.