Een nieuw politiek conflict is ontstaan rond minister van Defensie
Theo Francken (N-VA). Oppositiepartij Groen beschuldigt de minister ervan het parlement onjuist te hebben geïnformeerd over een video die vorig jaar opdook tijdens de onrust rond verdachte dronewaarnemingen boven militaire sites en Brussels Airport.
Volgens Groen-parlementslid Staf Aerts tonen interne documenten van Defensie aan dat er al kort na de feiten ernstige twijfels bestonden over de authenticiteit van de beelden. In een eindrapport zou zelfs zijn vastgesteld dat het object op de video geen drone, maar een helikopter was.
Net die timing vormt volgens de oppositie het probleem. Francken verklaarde eerder in een parlementaire commissie dat hij pas later, na berichtgeving van VRT NWS, vernam dat de beelden fout geïnterpreteerd waren. Groen stelt nu dat Defensie de minister al veel eerder op de hoogte bracht van die conclusie en spreekt daarom van tegenstrijdige verklaringen.
De discussie speelt zich af tegen de achtergrond van de grote veiligheidsoperatie die na de drone-incidenten werd opgestart. De federale regering trok daarvoor een budget van ongeveer 50 miljoen euro uit voor onder meer detectiesystemen, storingsapparatuur en onderscheppingsdrones om kritieke infrastructuur beter te beschermen.
Francken kwam eerder al onder vuur te liggen nadat hij had toegegeven dat hij zelf videobeelden had bezorgd aan Het Laatste Nieuws. Aanvankelijk ontkende hij een rechtstreekse rol in het lek, maar later bevestigde hij dat hij de beelden aan een journalist had doorgestuurd.
Of de beschuldigingen van Groen nog politieke gevolgen krijgen, is voorlopig onduidelijk. De oppositie eist alvast verdere opheldering over de gang van zaken, terwijl het uitkijkt naar een reactie van de minister op de nieuwe aantijgingen.