Elektronisch betalen is de norm, maar achter de schermen hangt er een prijskaartje aan dat steeds zwaarder doorweegt. Een diepgaande studie van het Prijzenobservatorium van de FOD Economie legt bloot hoe stijgende kosten de marges van handelaars uithollen én uiteindelijk de portefeuille van de consument treffen.
Sinds juli 2022 is elke Belgische handelaar wettelijk verplicht om minstens één digitaal betaalmiddel aan te bieden. Hoewel deze digitalisering voor veel comfort zorgt, waarschuwt het Prijzenobservatorium voor een verontrustende trend: elektronisch betalen wordt steeds duurder en complexer. Voor veel ondernemers slokken de transactiekosten inmiddels tussen de 0,2% en 0,9% van hun totale omzet op.
Ondoorzichtige tarieven en internationale druk
De stijgende kosten worden voornamelijk gedreven door een gebrek aan transparantie op de markt en de toenemende dominantie van internationale spelers. Waar het vertrouwde Belgische Bancontact fungeert als een relatief goedkope prijsstabilisator, liggen de commissies bij internationale kredietkaarten (zoals Visa en Mastercard) aanzienlijk hoger.
Daarnaast wegen smartphone-apps en maaltijdcheques loodzwaar op de budgetten van kleine zelfstandigen. Uitgevers van elektronische maaltijdcheques hanteren operationele winstmarges die oplopen tot wel 27,4%, een kost die rechtstreeks wordt verhaald op de winkelier. Elke digitale betaling is immers opgebouwd uit drie delen: een vergoeding voor de bank van de klant (interchange fee), een kost voor het netwerk (scheme fee) en een marge voor de betalingsverwerker (service fee).
De impact op de consument
Hoewel het wettelijk verboden is om aan de kassa een directe toeslag (surcharging) te vragen voor elektronische betalingen, ontsnapt de consument niet aan de dans. De economische gevolgen sijpelen op verschillende indirecte manieren door naar het dagelijks leven:
- Hogere winkelprijzen: Handelaars moeten hun operationele kosten ergens compenseren. Omdat ze geen gerichte toeslag mogen aanrekenen aan de kassa, verhogen veel winkeliers simpelweg de algemene verkoopprijzen van hun producten. Hierdoor betaalt elke klant — ook wie met cash afrekent — onbewust mee voor de digitale infrastructuur.
- Minimumbedragen en weigeringen: Om te voorkomen dat de transactiekost de volledige winst op een klein product opeet, hanteren sommige bakkers of krantenwinkels informele minimumbedragen. Anderen weigeren bewust bepaalde kredietkaarten om de duurste tarieven te omzeilen.
- Duurdere bankdiensten: De toenemende complexiteit in het betalingsverkeer vertaalt zich daarnaast in stijgende tarieven voor zichtrekeningen en de jaarlijkse bijdragen voor kredietkaarten bij de banken zelf.
Mede door de noodkreet van zelfstandigenorganisaties ligt de druk nu bij de overheid. Zij belooft een online prijsvergelijker te lanceren die de markt transparanter moet maken en de tarieven via gezonde concurrentie weer omlaag moet krijgen.