De blik van
Wout van Aert staat al maanden vooruit gericht. Niet op wat hij net gewonnen heeft, maar op wat nog ontbreekt. Eén datum circuleert nadrukkelijk: 27 september, het WK op de weg in Montréal. Daar moet het gebeuren.
Volgens bondscoach Serge Pauwels is dat geen luchtkasteel. “Een Wout in bloedvorm, net terug uit de Vuelta, met een top klimgewicht, gaat dit zeker wel aankunnen.” De aanpak ligt zelfs al vast: na de Tour volgt bewust de Vuelta, omdat Van Aert traditioneel sterker wordt na drie weken koers.
Die keuze is allesbehalve toevallig. “Er zijn weinig renners die zo sterk uit een grote ronde komen als Van Aert. Hij verteert de derde week als geen ander", klinkt het in Het Nieuwsblad. Het verleden ondersteunt dat plan: medailles op het WK en de Spelen kwamen telkens na zo’n zware voorbereiding.
Toch is het parcours in Montréal geen evidentie. Met 3.720 hoogtemeters ligt het profiel eerder in het voordeel van klimmers zoals Tadej Pogacar. Pauwels blijft realistisch. “Op dit soort omlopen zal Pogacar altijd moeilijk te kloppen blijven.” Maar hij nuanceert meteen. “Vergeet ook niet dat de nationale ploegen anders zijn dan commerciële teams. Dat kan het verschil maken.”
"Meepakken wat hij kan meepakken"
Binnen de Belgische ploeg wordt het bovendien geen éénmansverhaal. Ook Remco Evenepoel mikt op datzelfde WK. “Het is niet omdat er maar één renner wereldkampioen kan worden dat je niet verschillende kaarten kan uitspelen”, aldus Pauwels. Een luxeprobleem, maar tegelijk ook een delicate evenwichtsoefening.
Voor Van Aert lijkt alles samen te komen in Montréal. Latere WK’s ogen minder geschikt, en de jaren beginnen stilaan te tellen. Maar één ding is duidelijk: sinds zijn zege in Parijs-Roubaix rijdt hij met een ander gevoel. Zoals Pauwels het samenvat: “Vanaf nu wordt het meepakken wat hij kan meepakken.”