Een straat zonder parkeerverbod lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: geen bord betekent dat je er mag staan. Toch klopt die redenering niet altijd. In België bestaan er namelijk heel wat plaatsen waar parkeren verboden is zonder dat er een bord met een parkeerverbod staat.
Dat is belangrijk, want de verkeersregels leggen op verschillende plaatsen rechtstreeks een parkeerverbod op. Je hoeft dus niet altijd naar een verkeersbord te zoeken om te weten of je je auto ergens mag achterlaten.
Geen bord betekent dus niet automatisch: parkeren toegestaan
De Belgische verkeersregels bepalen bijvoorbeeld dat je niet mag parkeren wanneer daardoor de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter zou bedragen. Dat geldt ook als er nergens een bord staat dat parkeren verbiedt.
Ook voor een inrit van een eigendom geldt een rechtstreeks parkeerverbod. Er is wel een belangrijke uitzondering: een voertuig waarvan de kentekenplaat leesbaar op die inrit is aangebracht, mag er parkeren.
Ook wanneer je door je wagen de toegang tot een parkeerplaats buiten de rijbaan blokkeert, mag je er niet parkeren.
Let ook op een zebrapad
Een andere situatie waarin veel bestuurders zich vergissen, heeft te maken met oversteekplaatsen.
Je mag niet parkeren op een zebrapad of fietsoversteekplaats. Bovendien geldt het verbod ook op minder dan 5 meter vóór zo'n oversteekplaats. Het gaat hier zelfs om een verbod op stilstaan én parkeren. Je kunt je auto dus niet zomaar vlak voor een zebrapad zetten omdat je maar "even" iemand wilt laten uitstappen.
Dat verschil tussen stilstaan en parkeren is trouwens belangrijk.
Even stoppen is niet hetzelfde als parkeren
De Code van de openbare weg maakt een duidelijk onderscheid. Stilstaan is het tot stilstand brengen van een voertuig gedurende de tijd die nodig is om personen te laten in- of uitstappen of goederen te laden of lossen.
Parkeren is wanneer je langer stilstaat dan daarvoor nodig is. Ook wanneer je bijvoorbeeld je elektrische wagen aan het opladen bent, wordt dat volgens de nieuwe definitie als parkeren beschouwd.
Maar op bepaalde plaatsen is zelfs stilstaan verboden. Denk bijvoorbeeld aan een zebrapad, fietsoversteekplaats of fietspad.
Ook het voetpad is geen parkeerplaats
Een veelgemaakte fout is ervan uitgaan dat je auto gedeeltelijk op het voetpad mag staan wanneer er geen parkeerbord staat.
Dat mag niet zomaar. De regels verbieden het stilstaan en parkeren op trottoirs en binnen de bebouwde kom ook op verhoogde bermen. Wanneer parkeren buiten de rijbaan wél is toegestaan, moet bovendien voldoende ruimte voor voetgangers worden vrijgelaten. De regelgeving voorziet daarbij een vrije en begaanbare strook van minstens 1,50 meter wanneer het om een berm gaat die voetgangers moeten volgen.
Kijk dus niet alleen naar verkeersborden
Ook wegmarkeringen kunnen bepalend zijn. Zo kan een parkeerverbod blijken uit bepaalde markeringen, bijvoorbeeld een gele onderbroken lijn aan de rand van de rijbaan. Op een dergelijke markering mag je niet parkeren. Een gele doorlopende lijn kan zelfs een verbod op stilstaan én parkeren aangeven.
Daarnaast kunnen verkeersborden uiteraard wél specifieke parkeerregels opleggen. Een bord E1 duidt een parkeerverbod aan, terwijl E3 zowel stilstaan als parkeren verbiedt. De geldigheid van zulke borden loopt volgens de regels in principe vanaf het bord tot het volgende kruispunt of tot een ander relevant verkeersteken.
De simpele vuistregel klopt dus niet
De gedachte "ik zie geen parkeerverbod, dus ik mag hier parkeren" kan je in België in de problemen brengen.
Je moet eerst kijken naar de plaats waar je je wagen wilt zetten: blokkeer je een doorgang? Staat de auto voor een inrit? Is er minder dan drie meter vrije doorgang? Bevind je je bij een zebrapad, fietspad of halte? Staat je wagen op een voetpad of een verboden wegmarkering?
Pas wanneer ook die algemene regels geen probleem opleveren, komt de vraag naar de verkeersborden aan bod.
Geen parkeerverbod zien is dus niet hetzelfde als toestemming krijgen om te parkeren.