Veel bestuurders doen dit fout bij ritsen

06 sep , 17:00Verkeer
Ritsen
Er is bijna geen verkeerssituatie die zoveel irritatie oproept als een rijstrook die verderop ophoudt. Sommige bestuurders schuiven zo snel mogelijk naar de rijstrook die openblijft, terwijl anderen bewust helemaal doorrijden tot het einde van de wegvallende rijstrook. Die laatste groep krijgt geregeld boze blikken of zelfs een claxon achter zich aan. Toch is het net die manier waarop de Belgische verkeersregels het ritsen voorschrijven.
Bij sterk vertraagd verkeer moet je namelijk zo lang mogelijk op de rijstrook blijven die ophoudt. Pas vlak voor de versmalling moet je invoegen. Het is dus niet de bedoeling om honderden meters eerder al naar de andere rijstrook te gaan.

Waarom moet je wachten tot het einde?

Dat lijkt op het eerste gezicht misschien onlogisch. Wie vroeg invoegt, heeft immers het gevoel dat hij netjes zijn plaats inneemt en andere bestuurders niet voorbijsteekt. Maar daardoor wordt een deel van de beschikbare wegcapaciteit eigenlijk niet gebruikt.
Stel dat twee rijstroken over een bepaalde afstand beschikbaar zijn, maar uiteindelijk één rijstrook verdwijnt. Wanneer iedereen al vroeg naar de overblijvende rijstrook gaat, ontstaat daar een lange, stilstaande rij. De wegvallende rijstrook blijft ondertussen grotendeels leeg.
Bij het ritsprincipe worden beide rijstroken maximaal benut. De voertuigen rijden zo lang mogelijk naast elkaar en voegen vervolgens om beurten in. Daardoor kan het verkeer gelijkmatiger doorstromen.
Ook internationaal onderzoek naar zogenaamde ‘zipper merges’ wijst erop dat laat invoegen bij wegversmallingen de beschikbare capaciteit beter kan benutten en files en snelheidsverschillen tussen rijstroken kan beperken.

Wat zegt de Belgische verkeersregel precies?

De Belgische wegcode is daar vrij duidelijk over. Wanneer het verkeer sterk vertraagd is en een rijstrook ophoudt of verder rijden wordt verhinderd, mogen bestuurders op die rijstrook pas vlak voor de versmalling invoegen.
De bestuurder op de aangrenzende rijstrook moet vervolgens beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder. Het principe is dus letterlijk: één voertuig van de wegvallende rijstrook, daarna één voertuig van de rijstrook die doorloopt.
Het ritsen is bovendien geen vrijblijvende kwestie van hoffelijkheid. Het Vlaams Verkeerscentrum benadrukt dat het sinds 2014 verplicht is wanneer aan de voorwaarden voor ritsen is voldaan.

Maar wat betekent ‘vlak voor de versmalling’?

Daar zit een belangrijk verschil met wat veel automobilisten denken.
Je hoeft niet meteen in te voegen zodra je het eerste bord ziet dat een rijstrookvermindering aankondigt. Je mag verder rijden op de rijstrook die zal verdwijnen. De daadwerkelijke invoeging gebeurt pas bij het punt waar de rijstrook eindigt of waar je volgens de signalisatie niet langer mag doorrijden.
Het Vlaams Verkeerscentrum geeft bijvoorbeeld aan dat bij dynamische rijstrooksignalisatie met een rood kruis het ritsen moet gebeuren ter hoogte van het rode kruis. Als de rijstrook fysiek pas verderop ophoudt, mag je dus niet voorbij het rode kruis rijden.
Dat is meteen een belangrijk onderscheid: de verkeerssignalisatie blijft altijd bepalend.

Gebruik je richtingaanwijzer

Ook hier bestaat soms verwarring. Wie op de wegvallende rijstrook rijdt, moet zijn voornemen om in te voegen tijdig kenbaar maken met de richtingaanwijzer. Zodra het invoegen is uitgevoerd, moet de richtingaanwijzer weer uit.
Dat betekent uiteraard niet dat je kilometers voor de versmalling al naar de andere rijstrook moet gaan. Je kunt je intentie aangeven en ondertussen verder rijden tot het moment waarop het ritsen daadwerkelijk plaatsvindt.

Wat moet de andere bestuurder doen?

Ritsen werkt alleen wanneer beide rijstroken meewerken.
Wie op de rijstrook rijdt die blijft doorlopen, moet vlak voor de versmalling beurtelings één bestuurder van de wegvallende rijstrook laten invoegen. Het is dus niet de bedoeling om bewust een gat dicht te rijden om te verhinderen dat iemand invoegt.
Dat betekent ook dat de bestuurder die tot het einde doorrijdt niet automatisch aan het ‘voordringen’ is. Bij sterk vertraagd verkeer is dat net het principe dat de wegcode voorschrijft.

Wanneer geldt ritsen niet?

Er is wel een belangrijke voorwaarde: het verkeer moet sterk vertraagd zijn. Bij vlot verkeer geldt het specifieke ritsprincipe niet.
Ook moet je altijd rekening houden met verkeersborden, wegmarkeringen en dynamische signalisatie. Een rood kruis boven een rijstrook betekent bijvoorbeeld dat je die rijstrook niet meer mag gebruiken. Je mag zo'n signaal dus niet voorbijrijden om daarna pas te ritsen.

Dus: niet te vroeg invoegen

De volgende keer dat je in een file voor een wegversmalling staat, is het dus goed om het verschil te kennen tussen ‘voordringen’ en correct ritsen.
Bij sterk vertraagd verkeer is de regel eenvoudig: blijf op je rijstrook, gebruik beide beschikbare rijstroken en voeg pas vlak voor de versmalling in. De bestuurders op de open rijstrook laten vervolgens beurtelings één voertuig tussen.
Wat voor sommige automobilisten aanvoelt als asociaal gedrag, is dus precies het tegenovergestelde: correct uitgevoerd zorgt ritsen ervoor dat de beschikbare ruimte op de weg beter wordt benut en dat het verkeer vlotter en veiliger kan blijven doorstromen.
loading

Loading