Vlaanderen zet de tweedehandsmarkt op zijn kop: de extra technische keuring bij de verkoop van een auto of motor staat op de tocht. Terwijl de Vlaamse regering spreekt over een broodnodige modernisering, trekken Wallonië en consumentenorganisaties aan de noodrem. Wat betekent dit voor jouw volgende autoverkoop?
De Vlaamse plannen zijn ambitieus: wie zijn voertuig verkoopt, hoeft straks niet meer langs de keuring voor die specifieke 'verkoopcheck', mits er een geldig periodiek keuringsbewijs is. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder wil hiermee de vaak ellenlange wachtrijen in de keuringscentra wegwerken. In een tijd waarin auto’s steeds slimmer en betrouwbaarder worden, vindt Vlaanderen die extra controle van 30 punten – waarbij zelfs naar de kleinste roestvlek of olielek wordt gezocht – niet langer van deze tijd. De Car-Pass blijft wel verplicht, waardoor kilometerfraude aangepakt blijft.
Toch is de Belgische eenheid ver te zoeken. Wallonië weigert de versoepeling te volgen omdat uit hun cijfers blijkt dat één op de vijf tweedehandswagens met ernstige gebreken kampt die pas bij de verkoopkeuring aan het licht komen. Ook op federaal niveau klinkt er twijfel; daar ziet men liever een systeem waarbij enkel jonge wagens worden vrijgesteld, terwijl oudere auto’s streng gecontroleerd blijven worden.
Voor de consument verandert er veel. Verkopers in Vlaanderen besparen tijd en geld, maar kopers verliezen een belangrijk onafhankelijk keuringsverslag. Het risico op verborgen gebreken verschuift naar de nieuwe eigenaar, die meer dan ooit zal moeten vertrouwen op de onderhoudshistoriek en een kritische blik. Zolang er geen nationaal akkoord is, blijft het bovendien de vraag wat er gebeurt als een Vlaming zijn auto verkoopt aan een Waal. De komende maanden moet de interministeriële conferentie beslissen of we naar een België met twee snelheden gaan in de
autokeuring.