Als het gaat over afvallen of op gewicht blijven, hoor je vaak de simpele regel: “calorieën in versus calorieën uit.” In theorie klopt dat: energie kan niet verdwijnen. Maar in het menselijk lichaam speelt zich geen simpele rekensom af, eerder een complex samenspel van hormonen, vertering, verzadiging en voedingskwaliteit.
De vraag is dus niet alleen hoeveel je eet, maar vooral wat je eet met die calorieën.
1. 100 kcal is niet 100 kcal in je lichaam
Stel: je eet 100 kcal uit een koekje of 100 kcal uit een avocado.
Op papier is dat gelijk. In je lichaam niet.
De reden is dat voeding niet alleen energie levert, maar ook een biologisch signaal afgeeft: hoe moet je lichaam hiermee omgaan?
2. Het thermisch effect van voeding (TEF)
Je lichaam moet energie gebruiken om voedsel te verteren. Dat heet het thermisch effect van voeding.
TEF = energie die nodig is voor vertering, absorptie en metabolisme van voeding\text{TEF = energie die nodig is voor vertering, absorptie en metabolisme van voeding}TEF = energie die nodig is voor vertering, absorptie en metabolisme van voeding
Verschillende macronutriënten hebben een verschillend effect:
-
Eiwitten: hoog verbruik (20–30%)
-
Koolhydraten: gemiddeld (5–10%)
-
Vetten: laag (0–3%)
Een koekje met snelle koolhydraten wordt dus relatief efficiënt verwerkt: je lichaam houdt meer “netto energie” over.
Een avocado bevat vetten en vezels, waardoor de verwerking trager en complexer verloopt.
➡️ Resultaat: dezelfde 100 kcal kunnen een ander netto-effect hebben op je energiebalans.
3. Waarom calorieën uit vet niet hetzelfde effect hebben
Orthomoleculair therapeut en diëtiste Rafaëlle Wens wijst erop in de podcast 'La vie en Roose' van Ninalotte dat vetten per gram meer energie leveren dan koolhydraten of eiwitten:
9 kcal per gram vet>4 kcal per gram koolhydraten of eiwitten9\ \text{kcal per gram vet} > 4\ \text{kcal per gram koolhydraten of eiwitten}9 kcal per gram vet>4 kcal per gram koolhydraten of eiwitten
Maar volgens haar zegt dat cijfer op zich weinig over wat die calorieën in het lichaam doen.
Zij benadrukt dat het lichaam geen “kalorieteller” is, maar een systeem dat reageert op voedingskwaliteit, hormonen en metabole context.
In die visie is het dus te eenvoudig om te stellen dat vetten automatisch meer bijdragen aan gewichtstoename omdat ze calorierijker zijn.
“Het gaat niet alleen om kcal tellen, maar om wat je lichaam met voeding kan doen.”
Volgens die redenering worden gezonde vetten vaak efficiënt ingezet in het lichaam voor onder andere celstructuren, hormoonaanmaak en energiehuishouding, terwijl sterk bewerkte koolhydraten sneller leiden tot glucosepieken.
Wanneer koolhydraten in grote hoeveelheden worden geconsumeerd, worden ze eerst gebruikt als directe energiebron. Wat niet nodig is, wordt opgeslagen als glycogeen in lever en spieren. Bij langdurige overschotten kan overtollige energie uiteindelijk worden opgeslagen als vetreserves.
Daarom stelt Wens dat de focus in gewichtsregulatie vaak te sterk ligt op vetten beperken, terwijl de rol van overmatige suiker- en koolhydraatinname volgens haar onderschat wordt.
4. Verzadiging: waarom je na koek sneller opnieuw eet
Een belangrijk verschil zit in hoe vol je je voelt.
Snelle koolhydraten geven vaak:
-
snelle energiepiek
-
gevolgd door een dip
-
sneller opnieuw honger
Vetten en vezels (zoals in avocado):
-
vertragen de maaglediging
-
geven stabielere energie
-
verhogen verzadiging
➡️ Daardoor eet je bij dezelfde calorie-inname vaak spontaan minder of meer, afhankelijk van de voedingsbron.
5. Omega-3 en omega-6: het verhaal van balans
Volgens orthomoleculair therapeut Rafaëlle Wens is het belangrijkste probleem in de moderne voeding niet dat omega-6 “slecht” zou zijn, maar dat de verhouding tussen omega-3 en omega-6 sterk verschoven is.
Zij benadrukt dat beide vetzuren essentieel zijn:
“Omega-3 en omega-6 zijn allebei noodzakelijk voor het lichaam en spelen elk hun eigen rol in gezondheid en celprocessen.”
Volgens haar ligt het probleem vooral in het feit dat omega-3 vaak te weinig wordt geconsumeerd, terwijl omega-6 ruim aanwezig is in het moderne voedingspatroon via plantaardige oliën en bewerkte producten.
“We krijgen in verhouding veel meer omega-6 binnen dan omega-3, en dat verstoort de balans in het lichaam.”
In die visie gaat het dus niet om het demoniseren van zonnebloemolie of omega-6, maar om het herstellen van een evenwicht dat evolutionair waarschijnlijk anders was.
6. Waarom dit belangrijk is voor gewicht en gezondheid
Als je alles samen bekijkt, wordt duidelijk dat calorieën slechts één laag van het verhaal zijn.
De impact van voeding hangt ook af van:
-
hormoonrespons (zoals insuline)
-
verzadiging en hongerregulatie
-
snelheid van vertering
-
voedingskwaliteit
-
vetzuurbalans
Daarom kan 100 kcal uit verschillende bronnen totaal anders aanvoelen in het lichaam.
Conclusie: het lichaam telt niet alleen calorieën, maar reageert op voeding
Energie-inname blijft belangrijk, maar het lichaam reageert niet op calorieën als abstract getal.
Het reageert op:
-
de samenstelling van voeding
-
de snelheid van opname
-
hormonale signalen
-
en de context van je totale dieet
Of zoals je het eenvoudig kan samenvatten:
100 kcal is 100 kcal op papier, maar niet altijd 100 kcal in effect.