Na een recordzachte februari en een zonovergoten start van maart rijst de vraag: krijgen we een kurkdroge lente? De langetermijnmodellen van onder meer het Europese weencentrum (ECMWF) en meteorologische analyses tonen een opvallende trend voor het voorjaar van 2026. Wie hoopt op veel regen voor de tuin of de landbouw, krijgt voorlopig een nuchtere boodschap van de kaarten.
Hogedrukgebieden blokkeren de regen
De kern van de voorspelling ligt bij de vorming van een stationair hogedrukgebied boven Centraal- en West-Europa. Volgens de laatste uitdraai van het EC46-model (de sub-seizoensverwachting van het ECMWF) blijft de neerslagafwijking voor de komende weken hardnekkig negatief. Dit betekent dat regenzones door de hoge luchtdruk letterlijk rond onze regio worden gestuurd.
In maart lijkt de neerslag zelfs "onder de normaal" te blijven voor een groot deel van de Benelux. Hoewel er begin volgende week lokaal wat druppels kunnen vallen, gaat het om verwaarloosbare hoeveelheden. Voor de grondwaterstanden, die na de winter nog een extra impuls konden gebruiken, is dit een minder gunstig signaal.
Het "La Niña"-effect
Een subtiele maar belangrijke factor in de lenteverwachting is het nasleep-effect van het weerfenomeen La Niña. Hoewel de directe invloed op België vaak beperkt is, wijst historisch onderzoek uit dat de kans op een natte lente na een La Niña-winter statistisch kleiner is. Waar die kans normaal rond de 33% ligt, daalt ze na dit fenomeen naar slechts 20%. Dit versterkt het signaal voor een overwegend droog voorjaar, zoals we dat ook in 2025 zagen.
Warmte versnelt de verdamping
Niet alleen het gebrek aan regen speelt een rol, ook de temperatuur zet de toon. De seizoensmodellen anticiperen op een warmere lente dan gemiddeld, met in de tweede helft van maart al uitschieters richting de 15 à 19 graden. Mei zou volgens de eerste tendensen zelfs al zomerse dagen kunnen tellen met maxima boven de 25 graden.
De combinatie van veel zonuren, een schrale zuidoostelijke wind en stijgende temperaturen zorgt ervoor dat de verdamping vroeg in het seizoen op gang komt. Als de neerslag gedurende april en mei inderdaad uitblijft, kan de toplaag van de bodem verrassend snel uitdrogen, ondanks de natte periodes van afgelopen winter.
De "maartse buien" als redding?
Meteorologen houden echter een slag om de arm. Lange-termijnmodellen zijn goed in het voorspellen van trends, maar kunnen lokale onweersbuien of een plotse wijziging in de straalstroom moeilijk vangen. Pas rond half maart wordt duidelijk of de hogedrukblokkade standhoudt of dat de traditionele maartse buien alsnog voor de nodige verfrissing zullen zorgen.