Goed nieuws voor reizigers die vaak een vroege vlucht moeten halen. Vanaf december 2027 laat de NMBS zeven dagen op zeven nachttreinen rijden vanuit Brugge, Gent en Brussel naar Brussels Airport. De eerste treinen zullen al om 3.30 uur ’s ochtends op de luchthaven van Zaventem aankomen. Dat maakte de spoorwegmaatschappij vrijdag bekend na de goedkeuring van het nieuwe driejarige vervoersplan door de ministerraad.
De nieuwe verbinding lost een groot praktisch probleem op voor reizigers met een vroege vlucht. Momenteel arriveren de vroegste treinen vanuit Brugge en Gent op weekdagen pas na 5.30 uur, en die vanuit Brussel rond 4.30 uur. In het weekend liggen die tijdstippen nog een stuk later. Wie een vroege charter- of zakenvlucht moet halen, kon tot nu toe dus niet op het spoor rekenen en was aangewezen op de auto of een taxi.
Ambitieus vervoersplan in drie stappen
De vroege luchthavenverbinding is onderdeel van een breder vervoersplan waarmee de NMBS het treinaanbod de komende jaren met 3 procent wil laten groeien. Om deze uitbreidingen vlot te trekken, kiest de spoorwegmaatschappij voor een geleidelijke uitrol die in drie opeenvolgende fasen zal verlopen.
De eerste vernieuwingen gaan in tijdens Fase 1 in december 2026. Vanaf dat moment zet de NMBS in op extra treinen tijdens de weekdagen en het weekend tussen verschillende steden. Ook het voorstedelijke S-aanbod rond Brussel, Antwerpen, Luik en Charleroi krijgt dan een boost. Hoewel de spoorwegmaatschappij nog niet in detail treedt, beloven ze alvast extra late treinen van en naar Brussel op zaterdagavond. Daarnaast opent in deze eerste fase het gloednieuwe station Braine Alliance in Eigenbrakel.
Een jaar later, tijdens Fase 2 in december 2027, volgt het sluitstuk voor de vakantiegangers: de officiële start van de zeven-op-zeven nachttreinen vanuit West- en Oost-Vlaanderen naar de luchthaven. Tot slot zal het plan in Fase 3 in december 2028 volledig afgerond worden met de laatste aanpassingen en optimalisaties aan het netwerk.
Voorbehoud door infrastructuur en treinen
Met dit nieuwe plan probeert de NMBS de misgelopen ambities uit het verleden recht te trekken. In het vorige vervoersplan (2023-2026) mikte de maatschappij aanvankelijk nog op een groei van 7 procent, maar die doelstelling moest gaandeweg worden bijgesteld naar 5 procent.
Hoewel het langetermijndoel blijft om het treinaanbod tegen 2032 met 10 procent te versterken, houdt de NMBS ook nu een slag om de arm. De effectieve realisatie van de drie fasen blijft immers sterk afhankelijk van de beschikbare capaciteit op het spoor, de stipte oplevering van grote infrastructuurwerken door spoornetbeheerder Infrabel en de tijdige levering van nieuwe treinen door constructeurs.