De waarschuwing dat Rusland al in 2027 de Baltische staten zou kunnen aanvallen, zorgt voor onrust in Europa. Maar volgens defensiespecialist Roger Housen is dat scenario zwaar overdreven. De oud-kolonel veegt de uitspraak van zijn tafel en plaatst ze in een heel andere context dan pure militaire realiteit.
Geen capaciteit
Volgens Housen beschikt Rusland vandaag simpelweg niet over de middelen om op korte termijn een klassieke oorlog tegen de EU of de NAVO te starten. Het Russische leger is al jaren zwaar belast door de oorlog in Oekraïne en zou, zelfs na een eventueel einde van dat conflict, nog meerdere jaren nodig hebben om zich te heropbouwen. “Voor een volwaardige confrontatie met tanks, luchtmacht en marineschepen heb je tijd nodig. Dat gaat niet op twee of drie jaar”, klinkt het in
Het Laatste Nieuws.
Bovendien wijst Housen erop dat het Westen intussen niet heeft stilgezeten. Europese landen en de NAVO investeren fors in defensiecapaciteit. Binnen enkele jaren zal dat volgens hem voldoende zijn om Rusland af te schrikken. Een rechtstreekse aanval op het Westen zou voor Moskou neerkomen op zelfdestructie. “Poetin weet dat maar al te goed. Hij is geen avonturier zonder besef van realiteit.”
Druk verhogen
De harde uitspraak over 2027 komt van Kyrylo Boedanov, het hoofd van de Oekraïense militaire inlichtingendienst. Volgens Housen moet die verklaring vooral gezien worden als onderdeel van een bredere informatieoorlog. Oekraïne wil de aandacht en steun van Europa blijven vasthouden en tegelijk invloed uitoefenen op lopende vredesgesprekken tussen Rusland en het Westen.
Door het dreigingsbeeld scherper te stellen, verhoogt Kiev de druk op Europese regeringen om veiligheidsgaranties te blijven geven. Dat maakt de uitspraak strategisch begrijpelijk, maar militair gezien weinig realistisch.