Experts waarschuwen: Pensioencrisis dreigt voor 60-plussers

19 feb , 16:00Financieel
Pensioen
De tijd dat één partner de kost verdiende terwijl de ander voor het huishouden zorgde, ligt al decennia achter ons. Toch ademt ons pensioensysteem nog altijd die sfeer van de jaren '50 en '60, zo weet De Tijd. Vandaag de dag ontvangt maar liefst 35 procent van de Belgische gepensioneerden een zogeheten 'afgeleid recht'. Dit zijn pensioenen die je niet zelf hebt opgebouwd, maar die je krijgt via je (ex-)partner. De huidige regering wil deze systemen nu versneld afbouwen, maar experts waarschuwen dat we daarmee een grote groep kwetsbare ouderen in de kou zetten.
De kern van de nieuwe plannen is 'individualisering'. Het idee is simpel: iedereen moet voor zichzelf een pensioen opbouwen door langer en intensiever te werken. Dat klinkt modern en rechtvaardig, maar de realiteit is vaak weerbarstiger. Onderzoekers van de KU Leuven wijzen erop dat dit model voorbijgaat aan de 'gezinsdimensie'. In veel gezinnen worden zorgtaken nog steeds ongelijk verdeeld, waardoor één van de partners (meestal de vrouw) minder kan werken en dus minder eigen pensioenrechten opbouwt.
Het overlevingspensioen is daar het meest treffende voorbeeld van. Vandaag trekken meer dan een half miljoen Belgen zo’n pensioen na het overlijden van hun partner. Het overgrote merendeel van hen is vrouw. De regering wil de leeftijd waarop je hier recht op hebt, fors optrekken. Wie te jong is, valt terug op een tijdelijke overgangsuitkering van enkele jaren. Het risico is groot: wie als zestigplusser de partner verliest en zelf nooit een carrière heeft uitgebouwd, vindt niet zomaar opnieuw een plek op de arbeidsmarkt. Voor bijna 30 procent van deze groep is het overlevingspensioen namelijk de enige bron van inkomsten.

Het einde van het gezinspensioen?

Ook het gezinspensioen — waarbij een koppel 25 procent extra krijgt als één partner nauwelijks inkomen heeft — zit in de gevarenzone. Hoewel dit systeem langzaam uitsterft omdat steeds meer vrouwen zelf een carrière uitbouwen, maken nog altijd bijna een kwart miljoen mensen er gebruik van, waaronder opvallend veel zelfstandigen. De plannen om dit af te bouwen, behalve voor de allerlaagste minima, markeren het definitieve einde van het kostwinnersmodel in de Belgische sociale zekerheid.
Terwijl het gezinspensioen afneemt, zien we bij het echtscheidingspensioen juist een explosieve stijging. Sinds 2019 is het aantal mensen dat hierop rekent met maar liefst 51 procent toegenomen. Dit pensioen compenseert de ex-partner die tijdens het huwelijk minder werkte. Als ook dit recht verdwijnt, vrezen experts voor een massale verschuiving naar de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO). Dat is een vorm van bijstand voor 65-plussers die echt niets meer hebben. Vandaag moet al 13 procent van de gescheiden gepensioneerden aankloppen bij deze sociale uitkering, tegenover slechts 5 procent van de totale bevolking.

Wat betekent dit voor de toekomst?

De hervorming is niet alleen maar een besparingsverhaal; er wordt ook gekeken naar modernisering. Zo is er de terechte kritiek dat deze rechten vandaag enkel gelden voor wie getrouwd is. Samenwonenden, hoe lang ze ook samen zijn, vallen momenteel volledig uit de boot. Een modernisering zou betekenen dat de regels eerlijker worden voor nieuwe gezinsvormen, maar de prijs daarvoor lijkt een minder gulle bescherming voor de traditionele opbouw.
Voor de consument van morgen is de boodschap duidelijk: reken niet te hard op het werkverleden van je partner. De weg naar een eigen, volwaardig pensioen via werk en aanvullend pensioensparen wordt de enige zekere route.
loading

Loading