De Europese burger kreunt onder de dure elektriciteitskosten, maar Brussel grijpt in met een ingrijpend actieplan. Een uitgelekt document van de Europese Commissie onthult een ambitieuze strategie waarbij fiscale verschuivingen en digitalisering centraal staan om de
energiefactuur structureel te verlagen.
De grootste verandering zit in de portemonnee: de EU is van plan om de minimale accijnzen op elektriciteit resoluut lager vast te stellen dan die op aardgas. Dit fiscale voordeel voor hernieuwbare energie wordt gecombineerd met specifieke belastingverlichting voor de energie-intensieve industrie. Die sector trok eerder al aan de alarmbel omdat de exorbitante energietarieven investeringen op Europese bodem fnuikten.
Tegelijkertijd zet Europa vol in op de modernisering en digitalisering van het stroomnet om piekproductie van zon en wind optimaal te benutten. Consumenten zullen worden aangemoedigd hun verbruik af te stemmen op momenten van hoog aanbod en lage kosten. Om dit te realiseren, voert Brussel verplichte doelstellingen in voor slimme meters: in 2030 moet minstens de helft van de consumenten zo'n meter hebben, stijgend naar 65 procent in 2033.
Veel extra importkosten
De noodzaak voor deze elektrificatieroutekaart is urgenter dan ooit. Door geopolitieke instabiliteit in het Midden-Oosten en spanningen rond Iran betaalt Europa dagelijks zo'n 500 miljoen euro extra aan importkosten. Aangezien de EU nog voor 57 procent afhankelijk is van buitenlandse energie-import, is deze omslag naar groene onafhankelijkheid niet langer louter een klimaatdoel, maar een absolute politieke prioriteit geworden. Het ontwerp is momenteel nog onderhevig aan herzieningen.