De discussie over de rol van motoren in het profwielrennen laait opnieuw op. Waar de aandacht de voorbije weken vooral uitging naar prestaties en klassementen, groeit achter de schermen de kritiek op factoren die volgens sommigen een directe impact hebben op wedstrijdverlopen.
Patrick Lefevere behoort opnieuw tot de scherpste stemmen in dat debat.
De voormalige ploegmanager stelt al langer vragen bij de aanwezigheid van cameramotoren en koersmotoren dicht bij renners. Volgens hem beïnvloeden ze de koers meer dan officieel wordt erkend. Aanleiding voor zijn recente kritiek was onder meer de Ronde van Romandië, waar binnen het peloton opnieuw frustraties opdoken.
Invloed op snelheid en wedstrijdverloop
Volgens Lefevere gaat het probleem verder dan perceptie. Hij wijst op het fysieke effect dat motoren kunnen hebben, zeker in fases waarin kleine verschillen bepalend zijn. “Motoren vervalsen de koers”, stelt hij in Het Nieuwsblad. Daarbij verwijst hij naar situaties waarin renners voordeel zouden halen uit de slipstream van voertuigen die vlak voor hen rijden.
Ook binnen het peloton klinkt die bezorgdheid steeds luider. Renners uitten recent openlijk kritiek op de positie van motoren tijdens wedstrijden, iets wat volgens Lefevere vroeger minder snel gebeurde. “Meestal bijten renners dan op hun tong”, zegt hij daarover. Volgens hem leeft de vrees om als klager bestempeld te worden of negatieve gevolgen te ondervinden.
Pogacar opnieuw in discussie
Tijdens de Ronde van Romandië ontstond discussie over de begeleiding van Tadej Pogacar. Lefevere benadrukt dat hij de Sloveen niet viseert, maar plaatst wel vragen bij de manier waarop bepaalde koplopers gevolgd worden. “Waarom is het nodig om met vier motors voor Tadej Pogacar te rijden?”, vraagt hij zich af.
Volgens hem kan de invloed aanzienlijk zijn. “Een brede motor met zakken en een cameraman die rechtop staat, kan tot tien kilometer per uur verschil maken.”