Dat
Tadej Pogacar na Parijs-Roubaix vooral sprak over de kracht van
Wout van Aert, zegt veel over het wedstrijdverloop. De Sloveen moest in de sprint zijn meerdere erkennen en wees daarbij niet alleen naar zijn eigen pech, maar ook naar de frisheid van zijn concurrent.
“Ik zag vrijwel meteen dat Wout van Aert wél nog fris oogde”, gaf Pogacar toe aan Sporza. Het bleek een doorslaggevende factor in de finale, waar beide renners samen richting velodroom trokken. Pogacar probeerde het nog in de sprint, maar kwam tekort. “Ik heb het geprobeerd in de sprint, maar Wout was zoveel sterker. Ik wist dat ik geen geweldige sprint meer in de benen had.”
De oorzaak daarvan lag eerder in de koers. Pogacar kreeg af te rekenen met meerdere materiaalpechmomenten, waardoor hij kostbare energie verloor. “Ik heb er een paar kogels moeten opgebruiken waar dat in se niet had gehoeven”, klonk het. De Sloveen moest zelfs beroep doen op een neutrale fiets, wat zijn ritme verder verstoorde.
Toch wil hij die pech niet als excuus gebruiken voor het eindresultaat. Volgens Pogacar lag het verschil in de finale vooral in de fysieke toestand van beide renners. “Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar voelde vrijwel meteen dat de energie ontbrak en dat Wout van Aert nog fris oogde”, herhaalde hij.
"Ik wil het proberen"
Ondanks de ontgoocheling bleef Pogacar positief over zijn wedstrijd. Hij benadrukte ook de rol van zijn ploeg in het koersverloop. “Ik heb mijn hart achtergelaten voor hen op de kasseien. Het was geweldig om te koersen met zo’n team”, stelde hij.
De tweede plaats betekent dat zijn jacht op een overwinning in Roubaix nog even moet wachten. “Misschien gaat het volgende keer beter”, besloot Pogacar. “Dat ik hier ooit zal winnen? Dat wil ik proberen.”