Hij had de benen om opnieuw geschiedenis te schrijven, maar stond uiteindelijk met lege handen. Voor
Mathieu van der Poel werd Parijs-Roubaix geen demonstratie van dominantie, maar een les in hoe genadeloos pech kan zijn op de kasseien.
Dat gevoel overheerste meteen na de finish. “Ik had zeker de benen om mee te doen, maar je moet ook geluk hebben in Roubaix”, gaf hij toe aan Sporza. De Nederlander zag hoe de overwinning hem ontglipte, ondanks het feit dat hij fysiek klaar was om mee te strijden voor een vierde zege op rij.
De koers kantelde op een cruciaal moment, toen Wout van Aert versnelde in het Bos van Wallers. Van der Poel kreeg af te rekenen met een lekke band en moest halt houden. In de chaos die volgde, probeerde hij verder te rijden met de fiets van Jasper Philipsen, maar dat liep mis. “We reden met verschillende pedalen. Ik heb geprobeerd, maar het lukte niet. Helaas was ik er niet veel mee.”
Alsof dat niet volstond, volgde kort daarna een tweede klap. “Dan reed ik nog eens lek. Dan was mijn koers gedaan”, klonk het nuchter. De dubbele tegenslag zorgde voor een grote achterstand, waardoor hij zijn energie moest aanspreken om überhaupt nog terug te keren richting de kop van de wedstrijd.
"Ik had mijn beste pijlen verschoten"
Toch kwam hij nog verrassend dicht. Maar de inspanningen hadden hun tol geëist. “We zagen ze rijden, maar ik had mijn beste pijlen al verschoten”, gaf hij toe. De kans op winst was definitief verkeken, ondanks zijn sterke benen.
Na afloop bleef de ontgoocheling, al toonde Van der Poel zich sportief. “Ik had mijn voorjaar graag afgesloten met een overwinning, dus het is jammer.” Over de winnaar was hij duidelijk: “Ik denk dat iedereen het Wout gunt, ook ik. Het is heel mooi voor hem.”