Onze tuinen beslaan samen een gigantische oppervlakte. Door de toenemende bebouwing en verharding worden ze voor veel inheemse diersoorten steeds belangrijker als overlevingsplek. Met een paar doelgerichte aanpassingen verander je een strakke achtertuin eenvoudig in een beschutte, voedselrijke en dorstlessende oase. Hier ontdek je hoe je egels, vogels, wilde bijen en nuttige insecten een écht vijfsterrenverblijf biedt.
1. Het egelhuisje: een veilige schuilplaats voor de nachtbraker
Egels zijn de opruimers van de tuin: ze smullen van slakken, rupsen en kevers. Toch hebben ze het moeilijk door een gebrek aan schuilplekken en doorgangsroutes.
- De perfecte locatie: Plaats een egelhuis op een rustige, schaduwrijke plek onder een dichte struik of hegge. Zet de opening weg van de noordwestenwind om tocht en inregenen te voorkomen.
- Inrichting en materiaal: Gebruik een stevige houten kist met een doolhofingang (een gangetje voor de deur) om katten en honden buiten te houden. Vul het huisje met een royale laag droge bladeren en stro. Dek het dak af met een stukje dakleer of een zeil tegen de regen.
- Maak een egelsnelweg: Een egel legt per nacht wel twee kilometer af. Een gesloten schutting vormt een onoverkoombare muur. Zaag een opening van $13 \times 13 \text{ cm}$ onderaan de schutting zodat ze gemakkelijk van tuin naar tuin kunnen wandelen.
Gouden tip: Geef egels nooit melk! Ze kunnen lactose niet verteren en krijgen hier dodelijke darmklachten van. Zet liever een schaaltje vers water en wat droog kattenvoer neer.
2. Vogelbadjes: vers water voor dorst én verfrissing
Vogels gebruiken water niet alleen om te drinken, maar ook om hun verenkleed schoon te houden. Schone veren zorgen namelijk voor een optimale isolatie tegen zowel hitte als kou.
- Ondiep en stroef: Gebruik een brede, platte schaal (bijvoorbeeld een stenen schotel van een bloempot) met een diepte van maximaal 2 tot 5 centimeter. Vogels durven niet te baden in te diep water.
- Grip en veiligheid: Leg een paar ruwe stenen in de schaal. Dit dient als landingsbaan én voorkomt dat kleinere vogels uitglijden. Plaats het badje in de buurt van een struik, zodat ze bij dreigend gevaar (zoals een kat) snel weg kunnen vliegen.
- Hygiëne: Ververs het water op warme dagen dagelijks en maak de schaal regelmatig schoon met een borstel om verspreiding van vogelziektes te voorkomen.
3. Het bijenhotel: kraamkamer voor solitaire bouwers
Wilde bijen steken vrijwel nooit en zijn onmisbaar voor de bestuiving van bloemen en fruitbomen. In tegenstelling tot honingbijen leven zij alleen en zoeken ze kleine holtes om hun eitjes in te leggen.
Het Bijenhotel: Do's & Don'ts
1. Gaten & Buisjes
- Do's: Boor gaten van 3 tot 8 mm breed in droog hardhout (zoals eik of esdoorn) of gebruik holle bamboestokjes.
- Don'ts: Gebruik geen zacht hout (dit gaat splinteren) en vermijd bakstenen met grote openingen (deze zijn te groot voor wilde bijen).
2. Afwerking
- Do's: Schuur de ingangen van de gaten helemaal glad af.
- Don'ts: Laat geen rafels achter (vleugels van bijen scheuren hierop) en gebruik nooit plastic rietjes of chemische lijm.
3. Locatie & Plaatsing
- Do me: Hang het hotel op ooghoogte gericht op het zuiden, op een droge en windvrije plek.
- Don'ts: Hang het niet in de diepe schaduw of op een plek waar de regen er continu in kan waaien.
4. Insectenvriendelijke beplanting: het lopende buffet
Een insectenhotel blijft leeg als er in de omgeving niks te halen valt. Kies voor inheemse planten die nectar en stuifmeel bieden van het vroege voorjaar tot het late najaar.
- Vroeg voorjaar: Sneeuwklokjes, krokussen en longkruid helpen de eerste ontwakende bijenkoninginnen aan energie.
- Zomer: Beplant je borders met paarse lavendel, zonnehoed (Echinacea), ijzerhard (Verbena bonariensis), wilde marjolein en kattenkruid.
- Najaar: Klimop (Hedera helix) is een absolute held in het najaar. De late bloei biedt een van de laatste grote nectarbronnen voor de winteropslag.
De belangrijkste regel: omarm een beetje rommel
De allerbeste tip voor een diervriendelijke tuin kost niets: laat de bezem wat vaker staan. Een stapel dode takken in een hoekje biedt een schuilplaats aan padden en egels. Laat afgevallen bladeren in de borders liggen; het vormt een isolatielaag voor de bodem en een rijk bodemleven vol wormen en pissebedden waar vogels gek op zijn.
Door de natuur haar gang te laten gaan, ontstaat er automatisch een gezond, zichzelf herstellend ecosysteem waarin mens én dier tot rust komen.