Het aanhoudende tekort aan regen en de tropische temperaturen houden niet alleen de weermannen bezig. Ook in de Belgische landbouw en frituursector stijgt de spanning. De vraag die op de lippen van veel frietliefhebbers brandt: gaat ons geliefde pak friet door deze extreme droogte onbetaalbaar worden? Het antwoord is complexer dan een eenvoudige 'ja' of 'nee'. Hoewel de aardappeloogst flinke klappen krijgt, is de grondstofprijs namelijk maar één radertje in de totale prijsberekening van de friturist.
Kleine aardappelen en misoogsten op het veld
Aardappelen — en dan met name de bekende Bintjes of Innovators die uitermate geschikt zijn voor de verwerking tot frites — hebben tijdens hun groeispurt in de zomer voldoende vocht nodig. Wanneer de bodem gortdroog is, stoppen de knollen simpelweg met groeien. Landbouwers die niet over de mogelijkheid beschikken om hun velden intensief te bereignen, zien de opbrengst per hectare drastisch terugvallen.
Dat leidt tot twee grote problemen voor de verwerkende industrie:
- Minder tonnage: De totale opbrengst ligt aanzienlijk lager, wat de prijzen op de vrije aardappelmarkt opdrijft.
- Kleinere maatvoering: Aardappelen blijven kleiner, waardoor fritesverwerkers kortere frietjes snijden. Om lange, premium frieten te kunnen produceren, moeten fabriekanten meer grondstof inkopen en strenger selecteren.
De rekening van de friturist: meer dan alleen aardappelen
Hoewel de dagprijzen van aardappelen bij extreme droogte fors kunnen pieken, vertaalt zich dat zeldzaam in een even grote prijsexplosie aan het loket van de frituur. De ruwe aardappel vormt immers slechts een beperkt percentage van de uiteindelijke kostprijs van een pakje friet.
Frituristen hebben de afgelopen jaren al te maken gekregen met cumulatieve kostenstijgingen op diverse fronten:
- Energie en gas: Het voorbakken en afbakken kost enorme hoeveelheden energie.
- Frituurvet en -olie: Zonnebloem- en palmolie zijn door mondiale marktschommelingen reeds flink in prijs gestegen.
- Personeel en huur: De stijgende loonkosten en indexaties wegen zwaar door op de exploitatie.
Wanneer een zak aardappelen een paar euro duurder wordt, betekent dat voor de friturist vaak een kostenstijging van slechts enkele centen per portie. Veel uitbaters kiezen ervoor om die marge-envelop eerst zelf op te vangen om te voorkomen dat ze klanten wegjagen.
Wat mag de consument verwachten?
Een vervijfvoudiging van de frietprijs zit er dus niet direct in. Wel waarschuwen sectororganisaties zoals Belgapom (de Belgische aardappelhandel en -verwerking) dat aanhoudende droogteperiodes door klimaatverandering de bodemprijs van aardappelen permanent hoger leggen.
Consumenten moeten er rekening mee houden dat een pak friet over de gehele lijn geleidelijk duurder blijft worden. Een prijsstijging van 10 tot 20 cent per portie door een slechte oogst is realistisch, maar een dramatische verdubbeling door de droogte alleen is een fabeltje. Bovenal zullen we er rekening mee moeten houden dat de frietjes op ons bord dit najaar wat korter kunnen zijn dan we gewend zijn.