Deze uitzondering op de voorrang van rechts kent bijna niemand

10 aug , 12:00Verkeer
Voorrang
Een kruispunt naderen, even naar rechts kijken en vervolgens doorrijden: voor veel automobilisten lijkt de regel eenvoudig. Wie van rechts komt, heeft voorrang. Toch is die regel niet absoluut. Er bestaan verschillende situaties waarin de bestuurder die van rechts komt géén voorrang heeft.
Een van de belangrijkste uitzonderingen zorgt in de praktijk geregeld voor verwarring: wie een manoeuvre uitvoert, moet voorrang verlenen aan de andere weggebruikers. Dat staat in de huidige Belgische verkeersregels.

Voorrang van rechts is niet altijd doorslaggevend

Op een gewoon kruispunt zonder voorrangsborden of verkeerslichten geldt in België in principe de voorrang van rechts. Wie een andere bestuurder van rechts ziet naderen, moet die dus laten voorgaan.
Maar daar zijn uitzonderingen op. De klassieke voorrang van rechts geldt bijvoorbeeld niet wanneer de bestuurder van rechts uit een verboden rijrichting komt of wanneer je zelf op een rotonde rijdt. Ook wanneer je van een weg komt waar je een verkeersbord B1 of B5 hebt, moet je voorrang verlenen aan het verkeer op de weg die je oprijdt.
Er is echter nog een regel die bestuurders soms vergeten.

Een manoeuvre betekent: voorrang verlenen

Wie bijvoorbeeld achteruitrijdt, uit een parkeerplaats komt of een andere manoeuvre uitvoert, moet voorrang verlenen aan de andere weggebruikers. De wetgeving beschouwt zo'n beweging anders dan gewoon verder rijden op de weg.
Dat betekent dat je niet zomaar kunt redeneren: "De andere auto komt van links, dus ik heb voorrang." Eerst moet je nagaan of je zelf bezig bent met een manoeuvre.
Volgens de wegcode moet een bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren voorrang verlenen aan de andere weggebruikers. Dat principe blijft dus belangrijk, ook wanneer de andere bestuurder zich bijvoorbeeld van links of rechts aandient.

Denk aan uitparkeren

Een herkenbaar voorbeeld is een auto die uit een parkeerplaats komt. Stel dat je achteruit uit een parkeervak rijdt en daarbij een rijbaan oprijdt. Een wagen nadert op die rijbaan.
Het feit dat die wagen eventueel uit een bepaalde richting komt, verandert niets aan jouw verplichting: jij bent degene die een manoeuvre uitvoert en moet de andere weggebruiker voor laten gaan.
Hetzelfde principe speelt bij bepaalde andere manoeuvres, zoals achteruitrijden of een beweging waarbij je je positie op de weg wijzigt.

Ook verkeersborden kunnen de situatie veranderen

Bestuurders moeten bovendien altijd eerst kijken naar de verkeersregeling ter plaatse. Verkeersborden kunnen de gewone voorrang van rechts vervangen.
Zo betekent het bord B1 dat je voorrang moet verlenen, terwijl B5 verplicht om te stoppen en vervolgens voorrang te verlenen. Het bord B9 duidt een voorrangsweg aan. Er bestaat ook een specifiek bord, B17, dat aangeeft dat op het volgende kruispunt de voorrang van rechts geldt.
Daarom is alleen naar de positie van de andere auto kijken niet voldoende. Je moet ook letten op de verkeersborden, wegmarkeringen en de beweging die je zelf aan het uitvoeren bent.

Nog een belangrijke valkuil

Een kruispunt oprijden betekent bovendien niet dat je zomaar moet doorrijden omdat je denkt voorrang te hebben. De wegcode bepaalt dat bestuurders die een kruispunt oprijden dubbel voorzichtig moeten zijn om ongevallen te voorkomen.
De handigste vuistregel is daarom: kijk niet alleen wie van rechts komt, maar vraag je eerst af welke verkeerssituatie je zelf veroorzaakt. Ben je gewoon aan het doorrijden, of voer je een manoeuvre uit? In dat laatste geval kan je vermeende voorrang volledig wegvallen.
Wie die nuance kent, kijkt voortaan dus net iets anders naar een kruispunt. En dat kan het verschil maken tussen netjes voorrang verlenen en een onaangename discussie over wie er nu eigenlijk eerst mocht.
loading

Loading