Je rijdt door een straat en komt aan een kruispunt. Geen verkeerslichten, geen stopbord en ook geen bord dat duidelijk maakt wie voorrang heeft. Wat moet je dan doen? Voor veel automobilisten is het antwoord niet altijd even duidelijk. Toch bestaat er in België een vrij eenvoudige basisregel: als de voorrang niet anders geregeld wordt, geldt de voorrang van rechts.
Dat betekent dat je op een kruispunt in principe voorrang moet verlenen aan een bestuurder die van rechts komt. Het maakt daarbij niet uit of die bestuurder rechtdoor rijdt, links afslaat of rechts afslaat. Ook wanneer je zelf op een bredere of drukker ogende straat rijdt, verandert dat op zichzelf niets aan de voorrangsregel.
Geen bord betekent dus niet automatisch dat jij voorrang hebt
Een veelgemaakte fout is ervan uitgaan dat een straat zonder verkeersbord automatisch de ‘belangrijkste’ weg is. Dat is niet zo. Wanneer er geen verkeerslichten, voorrangsborden of aanwijzingen van een bevoegde persoon zijn die de situatie regelen, moet je terugvallen op de algemene verkeersregels.
De politie omschrijft het duidelijk: op een kruispunt waar het verkeer niet wordt geregeld door voorrangsborden, verkeerslichten of een bevoegd persoon, moet je voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen.
Je moet dus niet alleen naar de straat vóór je kijken. Kijk altijd bewust naar rechts voordat je een dergelijk kruispunt oprijdt.
Ook als de andere bestuurder stopt?
Hier ontstaat vaak verwarring. Stel dat een auto van rechts komt, maar de bestuurder vertraagt of zelfs volledig stopt. Heeft hij dan zijn voorrang verloren?
Nee. Het feit dat de bestuurder van rechts even stopt, betekent niet automatisch dat zijn voorrang verdwijnt. De politie geeft expliciet aan dat ook een bestuurder die vertraagt of volledig stopt, zijn voorrang behoudt en vervolgens als eerste het kruispunt mag oprijden.
Dat betekent uiteraard niet dat je blindelings moet doorrijden. De wegcode bepaalt ook dat een bestuurder die een kruispunt oprijdt dubbel voorzichtig moet zijn om ongevallen te voorkomen.
Er zijn wel belangrijke uitzonderingen
De voorrang van rechts geldt niet in elke situatie. Zo moet je bijvoorbeeld voorrang verlenen wanneer je vanaf een aardeweg of een pad een openbare weg met een rijbaan oprijdt. Je kunt dus niet redeneren: ‘Die weg komt van rechts, dus ik heb voorrang.’ De aard van de weg speelt mee.
Ook op een rotonde geldt een andere regel. Wie een rotonde oprijdt, moet voorrang verlenen aan bestuurders die zich al op de rotonde bevinden.
Daarnaast moet je rekening houden met andere voorrangsregels. Wie bijvoorbeeld een trottoir of fietspad oversteekt, moet voorrang verlenen aan de weggebruikers die dat trottoir of fietspad volgens de verkeersregels gebruiken.
En wat als er wél een verkeersbord staat?
Dan moet je natuurlijk het verkeersbord volgen. België kent verschillende voorrangsborden, waaronder het stopbord, het bord ‘voorrang verlenen’, het bord dat een voorrangsweg aanduidt en het bord dat specifiek waarschuwt voor een kruispunt waar de voorrang van rechts geldt.
Een belangrijk detail: de nieuwe Code van de openbare weg verandert de basisregel niet meteen voor vandaag. De nieuwe federale en gewestelijke codes treden volgens Wegcode pas gezamenlijk in werking op 1 juni 2027.
Voor automobilisten is de praktische vuistregel dus eenvoudig: zie je geen verkeerslicht, geen voorrangsbord en geen andere regeling, kijk dan extra goed naar rechts. Het ontbreken van een verkeersbord betekent niet dat niemand voorrang heeft. Vaak betekent het juist dat de algemene regel van voorrang van rechts van toepassing is.