In een landschap waar de zone 30 de absolute norm is geworden in dorpskernen, schoolomgevingen en stadscentra, is de kans op een verkeersboete groter dan ooit. Maar waar ligt nu precies de grens tussen "erdoor glippen" en een gepeperde rekening in de bus? In 2026 zijn de regels en de technologie strikter dan ooit, al blijft er een kleine technische marge waar elke chauffeur van moet weten.
De technische marge: De "6 km/u"-regel
In België wordt bij elke snelheidsmeting onder de 100 km/u een vaste technische correctie toegepast. Deze marge is wettelijk verplicht om eventuele minieme afwijkingen van de flitsapparatuur op te vangen. Voor een zone 30 betekent dit dat er standaard 6 km/u van je gemeten snelheid wordt afgetrokken.
Dit houdt in dat je officieel pas beboet wordt vanaf een gecorrigeerde snelheid van 31 km/u. Om die snelheid te bereiken, moet je echter sneller rijden dan je denkt:
- Rijd je 36 km/u (gemeten)? Dan blijft er na de correctie exact 30 km/u over. Je krijgt geen boete.
- Rijd je 37 km/u (gemeten)? Dan blijft er na de correctie 31 km/u over. Je bent officieel in overtreding.
Let wel op: hoewel de flitspaal pas bij 37 km/u "flitst", kan je eigen snelheidsmeter in de auto een afwijking hebben. Vaak geeft je dashboard een hogere snelheid aan dan je werkelijk rijdt. Vertrouw echter nooit blindelings op die marge; in 2026 zijn de moderne trajectcontroles en digitale flitspalen uiterst accuraat.
Wat kost een foutje in de zone 30?
De boetes in een zone 30 vallen onder de categorie van overtredingen binnen de bebouwde kom, en die zijn fors duurder dan op een autosnelweg. De basisboete voor een overschrijding tot 10 km/u te snel (dus tot 40 km/u gecorrigeerd) bedraagt in 2026 53 euro.
Vanaf het moment dat je sneller gaat dan 40 km/u gecorrigeerd, loopt de teller snel op. Voor elke kilometer die je daarboven rijdt, komt er ongeveer 11 euro bij. Een voorbeeld: rijd je 50 km/u gecorrigeerd in een zone 30 (wat neerkomt op 56 km/u op de flitspaal), dan kijk je al snel aan tegen een boete van ongeveer 163 euro. Daar bovenop komen nog de verplichte administratieve kosten van ruim 10 euro.
Wanneer raak je je rijbewijs kwijt?
In de zone 30 is de wegcode onverbiddelijk, omdat de veiligheid van zwakke weggebruikers hier centraal staat. Voor ervaren bestuurders is een verval van het recht tot sturen (rijverbod) in principe verplicht vanaf een overschrijding van 30 km/u te snel. Dat betekent dat je bij een gecorrigeerde snelheid van 61 km/u direct voor de politierechtbank moet verschijnen. De boetes daar kunnen oplopen tot 4.000 euro.
Voor beginnende bestuurders (die minder dan twee jaar hun rijbewijs hebben) ligt de grens nog veel lager. Zij riskeren hun rijbewijs al te verliezen bij een overschrijding van meer dan 20 km/u te snel (dus vanaf 51 km/u gecorrigeerd). Bovendien worden zij vaak verplicht om hun theoretisch of praktisch examen opnieuw af te leggen.
GAS-boetes en trajectcontroles
Een belangrijke evolutie in 2026 is de massale inzet van GAS-boetes door gemeenten. Veel lokale besturen hebben nu de macht om zelf snelheidsovertredingen in zones 30 vast te stellen via eigen camera's of trajectcontroles. De bedragen van deze GAS-boetes zijn identiek aan de federale boetes, maar de afhandeling verloopt veel sneller en de opbrengst vloeit rechtstreeks naar de gemeentekas.
Kortom: wie in de zone 30 de 37 km/u op de flitspaal aantikt, mag een brief verwachten. De beste regel blijft: houd je aan de 30, want de marge is flinterdun en de financiële gevolgen zijn in 2026 groter dan ooit.