De Belgische dienstenchequesector staat voor nieuwe uitdagingen. Niet alleen daalt het aantal huishoudhulpen, ook de vergrijzing van het personeelsbestand en het afnemende aantal werkgevers zorgen voor ongerustheid. Uit recente cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) blijkt dat eind 2025 nog 144.873 huishoudhulpen actief waren. Dat zijn 2.814 minder dan een jaar eerder, een terugval van ongeveer 2 procent. Dat meldt
VRT NWS.
Hogere kost laat zich voelen
Volgens de RSZ is de prijsstijging van de dienstencheques een belangrijke verklaring voor die daling. In Vlaanderen steeg de prijs begin 2025 van 9 naar 10 euro per cheque. Daarbovenop verdween ook het fiscale voordeel, waardoor een dienstencheque voor gebruikers uiteindelijk 2,80 euro duurder werd.
Die beslissing lijkt haar impact niet te missen. Vooral in Vlaanderen en Brussel is de terugval sterker dan in Wallonië. "We zien dat de evoluties tussen de gewesten licht uiteenlopen. Dat linken we aan de nettoprijs van de dienstencheques", klinkt het bij de RSZ.
Telewerk verandert het gedrag
De prijs is echter niet de enige factor. Volgens Peter Vets van de RSZ heeft ook de opmars van telewerk een blijvende invloed op het gebruik van huishoudhulpen.
"Sinds de coronaperiode zien we een lichte daling in het gebruik van dienstencheques, terwijl dat daarvoor nog toenam", zegt hij. "Mensen zijn meer gaan telewerken en kunnen daardoor gemakkelijker zelf huishoudelijke taken uitvoeren. Ze hoeven minder tijd te besteden aan woon-werkverkeer en zijn sneller thuis."
Minder werkgevers, oudere werknemers
Naast het dalende aantal werknemers neemt ook het aantal werkgevers verder af. Eind 2025 telde de sector nog 1.175 erkende werkgevers, ongeveer 6 procent minder dan een jaar eerder. Volgens de RSZ is dat vooral het gevolg van fusies en overnames, waardoor de sector steeds meer consolideert.
Tegelijk wordt het personeelsbestand almaar ouder. Meer dan 37 procent van de huishoudhulpen is inmiddels ouder dan 50 jaar, terwijl slechts 3,5 procent jonger is dan 25.
Vets waarschuwt dat die evolutie op termijn problematisch kan worden. "Als er sprake is van vergrijzing in de sector en een lage instroom van werknemers, gaat er zeker een krapte ontstaan op het vlak van personeel."
Opvallend is dat het beroep nog steeds bijna uitsluitend door vrouwen wordt uitgeoefend. Minder dan vijf procent van de huishoudhulpen is een man, een verhouding die al jaren nauwelijks verandert.