Het aantal huishoudhulpen in ons land is in het laatste kwartaal van 2025 met 2 procent afgenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dat blijkt uit recente cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). De stijging van de nettoprijs van dienstencheques en de definitieve verankering van thuiswerken worden aangewezen als de voornaamste oorzaken van deze daling.
Verhoging van de nettoprijs treft de sector
Eind 2025 waren er in België 144.873 mensen actief als huishoudhulp via het stelsel van de dienstencheques — een verlies van 2.814 krachten op een jaar tijd. Volgens de RSZ is de terugval voornamelijk merkbaar in het Vlaamse en Brusselse Gewest, waar hervormingen de kostprijs voor het gezin voelbaar hebben verhoogd.
Sinds de Vlaamse maatregelen begin 2025 van kracht werden, steeg de nominale aanschafprijs van een cheque van 9 naar 10 euro. Tegelijkertijd werd de fiscale aftrekbaarheid van 1,80 euro per cheque geschrapt. Dit betekent dat de effectieve nettoprijs voor de gebruiker met 2,80 euro per uur is gestegen. Gebruikers passen hun consumptie daardoor aan of schrappen het aantal uren hulp.
Thuiswerken verschuift taken in de huishouding
Naast de directe prijsverhoging speelt de veranderde werkcultuur sinds de coronapandemie een grote rol op de langere termijn. Waar de sector voorheen jaar na jaar groeide, is er al langere tijd sprake van een lichte maar gestage daling.
Door de blijvende populariteit van telewerken combineren veel gezinnen hun werk eenvoudiger met dagelijkse huishoudelijke taken. Het wegvallen van de dagelijkse pendeltijd geeft gezinnen de ruimte om taken sneller zelf op te pakken, waardoor de vraag naar externe hulp afneemt.
Schaalvergroting en dreigende personeelskrapte
De RSZ wijst daarnaast op twee structurele trends die de dienstenchequesector ingrijpend veranderen:
- Minder werkgevers door fusies: Eind 2025 telde de sector nog 1.175 erkende organisaties, een daling van 6 procent op jaarbasis. Krappe winstmarges dwingen bedrijven tot fusies en overnames om te kunnen blijven investeren in opleidingen, communicatie en professionele omkadering.
- Vergrijzing van het personeelsbestand: In het vierde kwartaal van 2025 was 37 procent van de actieve huishoudhulpen ouder dan 50 jaar. De instroom van jongeren blijft uitermate laag: amper 3,5 procent is jonger dan 25 jaar.
Daarmee dreigt op termijn een acute krapte op de arbeidsmarkt. Wanneer een grote lichting ervaren krachten de komende jaren met pensioen gaat zonder dat er voldoende nieuwe aanwas tegenover staat, zal het aanbod aan huishoudhulpen nog verder onder druk komen te staan.
Tot slot blijft het beroep opvallend gendergevoelig: met minder dan 5 procent mannelijke werknemers blijft huishoudhulp een van de sterkst door vrouwen gedomineerde sectoren in ons land.