De
Verenigde Staten hebben hun rol in de militaire steun aan
Oekraïne drastisch teruggeschroefd, en dat is volgens JD Vance geen toeval. “Het is een van de dingen waar ik het meest trots op ben dat we in deze regering hebben gedaan”, verklaarde hij opvallend openlijk tijdens een bijeenkomst in de staat Georgia.
Volgens Vance is de boodschap richting Europa duidelijk. “We hebben Europa verteld dat als ze wapens willen kopen, dat ze dat kunnen, maar de Verenigde Staten kopen geen wapens meer en sturen die niet meer naar Oekraïne.” Daarmee bevestigt hij dat Washington een duidelijke koerswijziging heeft ingezet in het conflict.
Die houding zorgt voor verdeeldheid, ook binnen de Amerikaanse samenleving. Vance verwees naar een persoonlijk gesprek met een Amerikaans-Oekraïense man. “Deze persoon werd erg boos op me omdat ik zei dat we de financiering van de oorlog in Oekraïne moesten stopzetten”, vertelde hij. Toch blijft hij bij zijn standpunt. “Ik blijf daar natuurlijk in geloven.”
Intussen ligt het zwaartepunt van de steun steeds meer bij Europa. Uit cijfers van het Kiel Institute blijkt dat Europese landen het grootste deel van de hulp aan Oekraïne financieren. Via NAVO-structuren kunnen bondgenoten nog steeds wapens aankopen uit Amerikaanse voorraden, maar dat gebeurt zonder directe financiële bijdrage van de VS.
Spanningen blijven oplopen
De geopolitieke spanningen blijven ondertussen oplopen. Volgens Financial Times dreigde Donald Trump eerder al om ook die indirecte leveringen stop te zetten, onder meer door frustraties over internationale steun in andere conflicten. De koers van de VS lijkt daarmee duidelijk: minder directe betrokkenheid, en meer druk op Europese partners om het voortouw te nemen.