De pensioenkloof: waarom vrouwen een pak minder overhouden

26 mei , 18:00Financieel
Pensioen
Wie na een werkzaam leven met pensioen gaat, hoopt op een financieel zorgeloze oude dag. Toch is die realiteit voor mannen en vrouwen in ons land nog steeds pijnlijk verschillend. Nieuwe cijfers van PensionStat.be over de recent rustgepensioneerden tonen aan dat de totale pensioenkloof (het wettelijk en aanvullend pensioen samen) momenteel op 21 procent strandt. Vrouwen krijgen aan het einde van de rit dus ruim een vijfde minder. Hoewel dit een lichte verbetering is ten opzichte van 2019 — toen het verschil nog 24 procent bedroeg — is de kloof sinds 2022 nagenoeg stabiel gebleven.

De boosdoener: de 'urenkloof' op de arbeidsmarkt

De diepere oorzaak van dit verschil ligt niet in de pensioenwetgeving zelf, maar weerspiegelt de decennialange ongelijkheid op de werkvloer. De pensioenkloof is in wezen een optelsom van een hele carrière. Vrouwen werken in België nog altijd aanzienlijk vaker deeltijds, vaak om zorgtaken binnen het gezin op zich te nemen, of ze onderbreken hun loopbaan tijdelijk.
Het aantal gewerkte jaren is dan ook de doorslaggevende factor. Bij een kortere loopbaan van 10 tot 14 jaar loopt het pensioenverschil op tot 13 procent. Wie er echter in slaagt een langere carrière uit te bouwen, ziet de kloof slinken: bij een loopbaanduur van 35 tot 39 jaar bedraagt het verschil nog maar 8 procent.

Statuut bepaalt de impact

Opvallend is hoe sterk het verschil varieert per pensioenstelsel. Vrouwen die als ambtenaar hebben gewerkt, zijn het best beschermd; daar bedraagt de kloof 'slechts' 13 procent. In de privésector is de situatie veel problematischer. Vrouwen die uitsluitend als werknemer actief waren, kijken aan tegen een achterstand van 27 procent. Gemengde loopbanen (werknemer én zelfstandige) doen het met 26 procent amper beter.

Het zwarte gat van het aanvullend pensioen

Als we puur naar het wettelijke rustpensioen kijken, ontvangen vrouwen maandelijks gemiddeld 403 euro minder dan mannen, een kloof van 18 procent. Dat heeft bittere gevolgen: maar liefst 17 procent van de vrouwen moet rondkomen met een wettelijk pensioen van minder dan 1.000 euro, tegenover slechts 7 procent van de mannen.
De échte boosdoener die de kloof openrijst, is echter het aanvullend pensioen (de zogenaamde 'tweede pijler'). Mannen bouwen via hun werkgever gemiddeld een aanvullend kapitaal op dat twee keer zo hoog is als dat van vrouwen. Bovendien heeft de vrouwelijke helft van de bevolking er simpelweg minder vaak recht op. Terwijl 69 procent van de mannen kan rekenen op zo’n extra bedrijfspensioen, is dat bij de recent gepensioneerde vrouwen slechts 51 procent.
loading

Loading