Lokale putten vullen: gemeenten grijpen massaal naar vastgoedtaks

27 mei , 17:00Financieel
Gemeente
doorSarah Maes
De rust op het lokale belastingfront is definitief voorbij. Waar in 2025 amper zes Belgische gemeenten aan hun vastgoedbelastingen durfden te morrelen, hebben in 2026 maar liefst 88 gemeenten de opcentiemen op de onroerende voorheffing de hoogte in gejaagd. Dat blijkt uit het nieuwste Property Tax Report van Ayming Belgium. De boosdoener? Onhoudbare kosten voor pensioenen, politie en brandweer. De snelste nooduitgang voor de gemeentekas? De vastgoedbezitter.
De nationale belastingdruk (de onroerende voorheffing ten opzichte van het kadastraal inkomen) stijgt hierdoor naar een recordhoogte van 51,29 procent.

De regionale schadebon: Van aantrekkelijk naar alarmerend

Hoewel de onroerende voorheffing een gelaatste wafel is (een basisheffing van het gewest met daarop lokale toeslagen van provincies en gemeenten), verschilt de fiscale realiteit drastisch per regio:
  • Vlaanderen (Gemiddeld 47,22%): Blijft fiscaal de meest aantrekkelijke regio, al is het rapportcijfer gekleurd. Maar liefst 56 Vlaamse gemeenten trokken hun tarieven op. Opvallend: 24 gemeenten spaarden de burger en voerden een gerichte tariefverhoging in voor bedrijven en kantoren.
  • Wallonië (Gemiddeld 55,22%): Hier duwden 24 gemeenten de knop omhoog. Waver spant de kroon met een explosie van +31 procent. Inmiddels gidsen 48 Waalse gemeenten (vooral in Henegouwen) hun tarief over de rode lijn van 60 procent.
  • Brussel (Gemiddeld 58,48% vóór extra taksen): De absolute fiscale horrorzone voor de kantorenmarkt.

Het Brusselse kantoorinfarct

In Brussel is niet-residentieel vastgoed bezitten een fiscale lijdensweg. Eigenaars worden gestript via een driedubbele belastinglaag: de onroerende voorheffing, een gewestelijke kantoortaks én een lokale gemeentelijke kantoorbelasting.
Het resultaat is destructief. In 14 van de 19 Brusselse gemeenten giert de totale belastingdruk voorbij de 70 procent. Schaarbeek (81,58%) en Sint-Joost-ten-Node (80,02%) spannen de kroon. De economische wetmatigheden laten zich raden: de kantoorleegstand in de hoofdstad piekt op 8,7 procent en bedrijven vluchten massaal naar de fiscaal vriendelijkere Vlaamse Rand. De bal ligt in het kamp van de nieuwe Brusselse gewestregering, die dringend moet saneren om de vluchtkapitaal-trein te stoppen.
loading

Loading