Vlamingen die dit jaar de magische grens van 45 loopbaanjaren bereiken, kunnen opgelucht ademhalen. Een geplande verstrenging van de pensioenregels dreigde hen volgend jaar duizenden euro's aan extra belastingen te kosten, maar minister van Financiën Jan Jambon grijpt nu in met een cruciale uitzondering.
De verborgen valstrik in de pensioenhervorming
Het probleem ontstond door een technische wijziging in de definitie van een 'loopbaanjaar'. Momenteel telt een jaar mee zodra je 104 dagen hebt gewerkt of gelijkgesteld bent (bijvoorbeeld door ziekte). Vanaf 2027 trekt de federale regering die lat echter fors op naar 156 dagen per jaar.
Voor veel werknemers die een grillige carrière achter de rug hebben, zou dit rampzalig uitpakken. Iemand die dit jaar officieel 45 dienstjaren op de teller heeft staan, zou die status in 2027 plots kunnen verliezen als blijkt dat sommige jaren minder dan 156 dagen bevatten. Het gevolg? Een bittere pil bij de uitbetaling van het aanvullend
pensioen (het kapitaal dat je via je werkgever opbouwt).
Van 10 naar 16,5 procent belasting
De inzet van deze discussie is puur financieel. Wie met een volledige loopbaan van 45 jaar met vervroegd pensioen gaat, geniet van een gunstig belastingtarief van slechts 10 procent op dat gespaarde kapitaal. Zodra je door de nieuwe regels onder die 45-jarige grens zou zakken, schiet de belastingdruk omhoog naar 16,5 procent. Op een fors aanvullend pensioen gaat dat al snel over een verschil van duizenden euro's die rechtstreeks naar de schatkist zouden vloeien in plaats van naar de gepensioneerde.
De reddingsboei van Jambon
Om deze groep te beschermen, voert minister Jambon nu een 'bevriezing' in. Wie in de loop van 2026 officieel de kaap van 45 jaar heeft gerond volgens de oude regels, behoudt die status definitief. Zelfs als deze mensen pas in 2027 of later daadwerkelijk stoppen met werken en de nieuwe, strengere dagennorm dan van kracht is, blijft hun fiscale voordeel van 10 procent gegarandeerd.
De maatregel voorkomt dat duizenden Belgen die hun pensioen al nauwkeurig hadden gepland, op het allerlaatste moment geconfronteerd worden met een fiscale afstraffing. Volgens recente statistieken vraagt ongeveer 5,6 procent van de Belgen hun aanvullend pensioen al op vóór de wettelijke pensioenleeftijd, waardoor deze regeling voor een aanzienlijke groep een bittere financiële kater voorkomt.
De pensioenwijziging in het kort
De definitie van een loopbaanjaar stijgt volgend jaar van 104 naar 156 gewerkte dagen. Werknemers die in 2026 al 45 jaar op de teller hebben, worden door een nieuwe uitzondering beschermd tegen de hogere belasting van 16,5 procent. Zij behouden levenslang hun recht op het gunstige tarief van 10 procent op hun aanvullend pensioen, ongeacht wanneer ze de komende jaren effectief met rustpensioen gaan. De ingreep zorgt voor rechtszekerheid voor wie aan het einde van een lange carrière staat.