Wie de afgelopen jaren met angst en beven naar de superrekening keek, mag opgelucht ademhalen. Voor het eerst sinds eind 2021 is de voedselinflatie in België in negatief terrein gedoken. Uit een grootschalige data-analyse van consumentenorganisatie Testaankoop – die ruim 3.000 producten bij zes grote supermarktketens doorlichtte – blijkt dat de gemiddelde winkelkar in juni 0,41 procent goedkoper is geworden. Een trendbreuk na vijf jaar van onafgebroken prijsstijgingen.
De winnaars en verliezers in de rekken
De daling is echter geen algemene halvering van de prijzen; er is sprake van een scherpe tweedeling tussen de verschillende supermarktafdelingen. De consument profiteert momenteel vooral aan de start van de winkelroute, terwijl het aan het einde van de rit opletten geblazen blijft.
- De prijsdrukkers (Groenten & Fruit): Moeder Natuur deelt cadeautjes uit. Dankzij overvloedige oogsten en flinke voorraadverschotten stortten vooral de prijzen van versproducten in. Aardappelen werden maar liefst 10 procent goedkoper. In de fruitmand vallen de dalingen van pitloze druiven (-13%) en mango’s (-10%) op, op de voet gevolgd door bosbessen en bloemkool (-6%).
- De prijsstijgers (Eiwitten & Koffie): Wie vlees of vis op het menu zet, merkt weinig van de adempauze. De kosten voor dierlijke eiwitten swingen de pan uit. Lamsvlees spant de kroon met een stijging van 14 procent, kabeljauw werd 10 procent duurder en ook kalkoenfilet (+9%) en tonijn in blik (+6%) wegen zwaarder op het budget. Ook de dagelijkse kop koffie blijft de portemonnee teisteren.
Loont de grensrit nog?
Nu de Belgische supermarktmarktprijzen licht dalen, rijst de vraag hoe we scoren ten opzichte van de buurlanden. De prijsverschillen aan de landsgrenzen blijven hardnekkig aanwezig. Voor wie de auto wil starten voor de wekelijkse boodschappen is het kompas simpel: rijdt u richting Nederland, dan bent u over het algemeen nog altijd duurder uit dan thuis. Koerst u daarentegen richting Frankrijk, dan is de kans op een nóg goedkopere kassabon aanzienlijk groter.