Meer rust in de klas? Zuhal Demir wil komaf maken met open leerpleinen

07 jan , 12:00Politiek
Zuhal Demir
De toekomst van open leerpleinen in Vlaamse scholen staat plots op losse schroeven. Zuhal Demir wil via nieuwe regels terug naar klassieke klaslokalen als norm bij schoolgebouwen die overheidssubsidies willen krijgen. En dat zorgt meteen voor een stevig debat in het onderwijsveld. Dat meldt Het Nieuwsblad.
In een nieuw decreet legt Demir vast dat scholen voortaan alleen nog subsidies krijgen voor afzonderlijke, afsluitbare klaslokalen en strikt noodzakelijke ruimtes zoals een refter of leraarskamer. Grote open leerpleinen of polyvalente zalen vallen expliciet uit de boot. Voor bestaande scholen verandert er niets, maar nieuwe bouw- en renovatieprojecten zullen zich wel moeten aanpassen om op steun te kunnen rekenen.
De motivatie van de minister is duidelijk. In de toelichting bij het decreet verwijst ze naar wetenschappelijk onderzoek dat wijst op de negatieve impact van lawaai op leerprestaties. Open ruimtes zorgen volgens die studies voor meer achtergrondgeluid, wat vooral de concentratie en taalontwikkeling van leerlingen bemoeilijkt.

Wetenschap steunt grotendeels de ingreep

Onderwijspedagoog Pedro De Bruyckere begrijpt de keuze. “De wetenschap is redelijk eenduidig dat leerpleinen weinig positief effect hebben. Dat effect is soms zelfs eerder negatief”, stelde hij eerder. Volgens hem blijken vooral kinderen met een zwakkere socio-economische achtergrond kwetsbaar in zulke omgevingen, omdat ze minder taal oppikken en sneller afgeleid zijn.
Tegelijk nuanceert De Bruyckere dat leerpleinen niet in élke context waardeloos zijn. Voor projectwerk of tijdelijke samenwerkingen kunnen ze nog altijd een rol spelen, zolang ze geen vervanging worden voor het dagelijkse klaslokaal.

Scholen en koepels reageren kritisch

Bij de onderwijskoepels klinkt echter kritiek. Het katholiek onderwijs spreekt van overheidsmicromanagement en vreest dat scholen minder vrijheid krijgen om hun pedagogisch project vorm te geven. Volgens hen bestaat er geen sluitend bewijs dat één infrastructuurmodel voor alle leerlingen en alle scholen de beste resultaten oplevert.
Ook het GO! wijst erop dat het laatste woord nog niet gezegd is. Het advies van de Raad van State moet nog volgen, en ook intern zal bekeken worden hoe ver de bevoegdheid van de minister reikt.
loading

Loading