Voor
Bart De Wever was 2025 allesbehalve een rustig jaar. Terwijl hij politiek op het toppunt van zijn macht kwam, liep het privéleven een stuk zwaarder. In
Dag Allemaal spreekt de premier opvallend open over vermoeidheid, gemiste rust en een gezin dat stilaan zijn eigen weg zoekt.
“Op persoonlijk vlak was 2025 inderdaad een tropenjaar, met weinig tijd voor sport of vrije tijd”, blikt De Wever terug. De agenda zat naar eigen zeggen “overvol”, met vergaderingen die elkaar in sneltempo opvolgden. Toch probeerde hij tussen al dat werk kleine momenten van rust te vinden. “Op het werk heb ik nu gelukkig mijn kat Maximus in de buurt om kleine momenten van geluk te bezorgen tussen de vergaderingen door.”
Privé zwaar, politiek intens
Ook thuis was het geen eenvoudig jaar. Zijn echtgenote Veerle vocht tegen een eetstoornis en schreef daar zelfs een boek over. Tegelijk stond De Wever politiek onder enorme druk. Hij vormde een regering, werd premier en voerde besparingen door. Van zelfgenoegzaamheid is echter geen sprake.
“In de ogen van De Wever is een glas altijd eerder halfleeg dan halfvol”, klinkt het in het interview. Van een euforisch overwinningsjaar wil hij dan ook niet spreken, ondanks de grote politieke verwezenlijkingen.
Kinderen die loslaten
Wat hem misschien nog het meest raakt, is wat er thuis gebeurt. “Thuis slaan mijn kinderen ondertussen hun vleugels steeds meer uit”, vertelt hij. Dat besef stemt hem tegelijk trots en weemoedig. “Ik ben benieuwd wat 2026 voor hen brengt.”
Voor zichzelf hoopt hij op meer balans. “Ik zou graag mijn fysieke conditie weer aanscherpen en meer lezen.” Grote persoonlijke ambities zijn het niet, maar net dat maakt de uitspraak herkenbaar.
Geen bochten in beleid
Wie hoopt op een politieke koerswijziging in 2026, komt bedrogen uit. De Wever blijft duidelijk over zijn prioriteiten. “Een nieuwe politieke koers valt alleszins niet te verwachten.”
De focus blijft volgens hem ongewijzigd. “Dit land op koers houden richting een gezonde sociale en economische toekomst, zodat onze kinderen en kleinkinderen kunnen opgroeien in welvaart en stabiliteit.”