Terwijl de reizigersaantallen van
De Lijn op Vlaams niveau de wind in de zeilen hebben, voltrekt zich in Limburg een stille mobiliteitscrisis. Uit het recentste evaluatierapport van de vervoermaatschappij blijkt dat het aantal reizigers in de groenste provincie van Vlaanderen in vrije val is. Een zorgwekkende trend die de vinger op een zere plek legt binnen het nieuwe Vlaamse mobiliteitsbeleid: de groeiende kloof tussen stad en platteland, zo meldt ook
VRT NWS.
De paradox: Vlaanderen stijgt, Limburg keldert
Kijkend naar heel Vlaanderen lijken de cijfers van De Lijn een succesverhaal te schrijven. Sinds de introductie van het nieuwe vervoersconcept 'basisbereikbaarheid' is het aantal reizigers op het kern- en aanvullend net over heel Vlaanderen met ruim 6 procent gestegen. Het aantal vaste abonnees klokte af op een recordhoogte van 704.000.
In Limburg begon het jaar 2025 nog hoopvol met een reizigersgroei van 4,1 procent in het eerste kwartaal. Maar daarna sloeg de motor onherroepelijk af. De drie daaropvolgende kwartalen lieten opeenvolgende dalingen zien van respectievelijk -3,6 procent, -2,7 procent en een dramatische -8,6 procent. In totaal haken reizigers er met dubbele cijfers af.
Het probleem: de dagelijkse pendelaar betaalt de tol
De echte pijn zit hem in de aard van de reizigers die afhaken. Waar het openbaar vervoer in de weekends en vakanties nog wel meer volk trekt, bloedt De Lijn in Limburg leeg op de belangrijkste momenten: de schooldagen.
"Minder Limburgers nemen de bus, en ik vrees dat vooral de dagelijkse gebruikers nu definitief afhaken", waarschuwt Vlaams Parlementslid An Christiaens (CD&V). Het gaat hierbij om scholieren, studenten en pendelaars die simpelweg geen alternatief hebben om op hun werk of school te geraken. Uit breder reizigersonderzoek blijkt dat scholieren over heel Vlaanderen sowieso al het minst tevreden zijn over de dienstverlening. In Limburg stemmen ze nu massaal met de voeten.
Waarom het misloopt: de verschraling van het platteland
De oorzaak van deze Limburgse terugval laat zich niet moeilijk raden. Onder de vlag van efficiëntie en vraaggericht vervoer werd het busnetwerk de afgelopen jaren hertekend. Bussen moesten sneller en vaker gaan rijden tussen stedelijke knooppunten, maar dat ging ten koste van de fijnmazige verbindingen in landelijke gebieden.
Wanneer een bushalte in een dorp verdwijnt of de frequentie wordt teruggeschroefd tot een absoluut minimum, verliest de reiziger zijn vertrouwen. Mensen wachten niet op een bus die niet meer komt en kiezen noodgedwongen voor de auto. Hoewel De Lijn dit probeert op te vangen met flexbussen — die met name in Limburg veelvuldig rondrijden — kan dit 'vervoer op maat' de vaste, betrouwbare school- en werklijnen niet volwaardig vervangen. Daarnaast kampt de vervoermaatschappij met een hardnekkig chauffeurstekort; één op de vier nieuw aangeworven chauffeurs verlaat het bedrijf al binnen het jaar, wat leidt tot geschrapte ritten en extra frustratie op het terrein.
De blik vooruit: redt het extra budget de landelijke regio's?
Het evaluatierapport legt een bittere waarheid bloot: de energietransitie en de mobiliteitsswitch dreigen een privilege te worden van de stedeling. Om het tij te keren, heeft de Vlaamse Regering een financieel groeipad uitgestippeld. Vanaf 2027 wordt er 50 miljoen euro aan extra middelen vrijgemaakt, een budget dat tegen 2029 oploopt tot 125 miljoen euro.
Het is nu aan de politiek en de Vervoerregioraden om te bepalen waar dat geld naartoe gaat. "We mogen niet toelaten dat het landschap verder verschraalt", stelt Christiaens vast. Als Vlaanderen zijn klimaat- en mobiliteitsdoelstellingen wil halen, zal de focus de komende jaren dringend moeten verschuiven van het vullen van bussen op rendabele stadslijnen, naar het garanderen van het basisrecht op mobiliteit voor élke Vlaming, ook die in de verste uithoeken van Limburg.