De Belgische loonbrief staat aan de vooravond van een historische verandering. Waar de automatische indexering jarenlang als een onaantastbaar recht werd beschouwd voor elke werknemer, voert de federale regering vanaf juni 2026 de zogenaamde 'centenindex' in. Deze maatregel is bedoeld om de loonkosten voor bedrijven te drukken en de staatskas te spekken, maar voor honderdduizenden werknemers betekent het concreet dat hun koopkracht minder snel zal groeien dan de inflatie.
Het einde van de onbeperkte index
De kern van de nieuwe maatregel is de aftopping van de indexering voor de hoogste inkomens. De regering heeft beslist om de automatische indexering de komende jaren twee keer af te toppen voor het loongedeelte boven de 4.000 euro bruto. Voor uitkeringen en pensioenen ligt die grens op 2.000 euro. In de praktijk betekent dit dat het deel van je
loon dat boven deze drempel valt, tot een maximum van 2 procent niet geïndexeerd zal worden.
De bedrijven mogen de volledige besparing echter niet in eigen zak steken. De helft van de loonkostenbesparing die zij hieruit halen, moet rechtstreeks worden doorgestort naar de staatskas. Het is een ingreep die vooral de "sterkste schouders" viseert, maar de impact is breder dan velen op het eerste gezicht denken.
De grote kalender: Wanneer is jouw sector aan de beurt?
Uit de onlangs ingediende programmawet blijkt dat de maatregel officieel ingaat vanaf juni 2026. Dit zorgt voor een opvallende versnippering op de arbeidsmarkt, omdat niet elke sector op hetzelfde moment indexeert.
De eerste werknemers die de centenindex zullen voelen, zijn die in sectoren met een indexering in de zomer. De metaalsector, die traditioneel in juli indexeert, bijt de spits af. Ook arbeiders in de bouwsector, de energiesector, de banken en de schoonmaaksector zullen dit jaar al merken dat hun loonstijging beperkt blijft.
Voor een zeer grote groep werknemers komt de klap echter pas later. De helft van de sectoren, waaronder de grote groep bedienden die onder het paritair comité 200 valt, indexeert pas in januari. Voor hen zal er in 2026 nog niets veranderen en wordt de centenindex pas in januari 2027 voelbaar.
Ook voor ambtenaren en mensen met een uitkering is er een andere timing. De overheid werkt met de spilindex, die naar verwachting in november 2026 opnieuw overschreden zal worden. Daardoor zullen zij de afgetopte indexering pas merken vanaf februari 2027.
De valstrik voor deeltijds werkenden
Een belangrijk en vaak over het hoofd gezien aspect van de wetgeving is de impact op deeltijdse werknemers. De grens van 4.000 euro wordt namelijk berekend op basis van een fictief voltijds loon. Wie bijvoorbeeld 50 procent werkt en een loon van 2.500 euro bruto ontvangt, verdient op papier minder dan de drempelwaarde. Echter, omdat dit fictief omgerekend naar een voltijdse job 5.000 euro zou zijn, valt deze werknemer toch onder de centenindex. Dit betekent dat ook deeltijds werkenden met een hoger basissalaris hun loonbrief minder hard zien stijgen.
Met deze ingreep hoopt de regering een evenwicht te vinden tussen het beschermen van de koopkracht van de laagste inkomens en het concurrentieel houden van Belgische bedrijven, die de loonkosten de afgelopen jaren recordhoogtes zagen bereiken. Voor de werknemer boven de 4.000 euro bruto rest er echter maar één conclusie: de automatische indexering is niet langer voor iedereen onbeperkt.