Nu de inflatie en de stijgende levensduurte het debat beheersen, vragen veel Vlamingen zich af of hun wettelijk
pensioen straks wel volstaat. Uit de meest recente cijfers van de Federale Pensioendienst en PensionStat blijkt dat het gemiddelde pensioen in ons land de afgelopen jaren flink is gestegen, maar de verschillen tussen statuten blijven enorm. Wat vangt de gemiddelde gepensioneerde vandaag de dag écht?
De kloof tussen bruto en netto
Wie naar de gemiddelde bedragen kijkt, moet goed het onderscheid maken tussen wat er op de loonbrief staat en wat er uiteindelijk op de rekening verschijnt. Begin 2026 bedraagt het gemiddelde bruto pensioeninkomen in België ongeveer €2.100 per maand. Dit cijfer is een gemiddelde van alle statuten en leeftijden samen.
Voor de gemiddelde werknemer ligt het nettobedrag echter een stuk lager, rond de €1.500 à €1.600 per maand. Ambtenaren trekken het gemiddelde fors omhoog; zij ontvangen netto gemiddeld ruim €2.400, terwijl zelfstandigen vaak moeten rondkomen met een wettelijk netto pensioen van gemiddeld slechts €1.200. Het is dan ook geen verrassing dat die laatste groep vaker rekent op een aanvullend pensioen of de verkoop van een eigen zaak.
Het minimumpensioen als vangnet
Sinds de laatste hervormingen is het wettelijk minimumpensioen voor wie een volledige loopbaan van 45 jaar achter de rug heeft, aanzienlijk opgetrokken. Sinds 1 maart 2026 gelden de volgende bruto maandbedragen voor een volledige loopbaan:
- Alleenstaanden: €1.844,93 bruto per maand.
- Gezinstarief: €2.305,44 bruto per maand.
In de praktijk halen echter veel gepensioneerden dit bedrag niet, simpelweg omdat hun loopbaan onvolledig is. Wie bijvoorbeeld 35 jaar gewerkt heeft, krijgt een proportioneel deel van dit minimum. Dit verklaart waarom het reële gemiddelde pensioen voor velen lager ligt dan de ronkende cijfers van het minimumpensioen doen vermoeden.