Nieuwe pensioenregels zorgen voor onrust: vooral deze mensen worden geraakt

26 feb , 14:00Financieel
Pensioen
doorJWM
De pensioenhervorming was bedoeld als het sluitstuk van de legislatuur: een plan dat de pensioenen betaalbaar moest houden en tegelijkertijd werken moest belonen. Maar het advies van de Raad van State spreekt boekdelen. De kern van de kritiek? De hervorming is te complex, bevat juridische onzekerheden over verworven rechten en de "pensioenbonus" zou wel eens een peperduur geschenk kunnen zijn zonder het gewenste effect.

De drie pijlers van de kritiek

De Raad van State struikelt vooral over de manier waarop de overgangsmaatregelen zijn geformuleerd.
  1. Rechtszekerheid: Mensen die hun hele loopbaan hebben gepland op basis van de huidige regels, worden plots geconfronteerd met nieuwe voorwaarden. De Raad vraagt zich af of dit grondwettelijk wel houdbaar is.
  2. De Pensioenbonus: Wie langer werkt dan nodig, krijgt een financieel extraatje. Volgens de Raad is het onduidelijk of dit mensen écht aanzet om langer te blijven, of dat het enkel een cadeau is voor wie dat toch al van plan was ("het deadweight-effect").
  3. Gendergelijkheid: De nieuwe voorwaarden voor het minimumpensioen zouden onbedoeld vrouwen harder treffen, die vaker een onderbroken loopbaan hebben door zorgtaken.

Wie wordt het zwaarst getroffen?

Als de hervorming in haar huidige vorm (na aanpassingen aan het advies) wordt doorgedrukt, tekenen zich drie duidelijke groepen uit die de zwaarste prijs betalen voor de nieuwe regels.

1. De "Vroege Vogels" met een lange loopbaan

De grootste verschuiving zit in de toegang tot het vervroegd pensioen. Waar je vroeger na 42 jaar werken kon stoppen (ongeacht je leeftijd), wordt die lat nu systematisch verhoogd.
  • De impact: Wie op zijn 18e is begonnen in de bouw of de fabriek, rekende erop rond zijn 60e te kunnen stoppen. Onder de nieuwe regels moeten zij vaak twee tot drie jaar langer doorgaan om aanspraak te maken op een volledig pensioen. Voor fysiek zware beroepen is dit een loodzware dobber.

2. Vrouwen en deeltijds werkenden

De hervorming voert strengere voorwaarden in voor het minimumpensioen. Om recht te hebben op dat gegarandeerde bedrag (momenteel rond de € 1.700 netto voor een volledige loopbaan), moet je voortaan een minimumaantal "effectief gewerkte dagen" voorleggen.
  • De impact: In België zijn het nog steeds overwegend vrouwen die deeltijds werken of periodes van tijdskrediet opnemen voor de opvoeding van kinderen. Periodes van werkloosheid of ziekte tellen weliswaar mee, maar de drempel voor "effectieve arbeid" ligt nu zo hoog dat veel vrouwen die net niet halen. Zij vallen terug op een pensioen dat berekend wordt op hun reële (lagere) loon, wat soms honderden euro's scheelt.

3. De laagste middenklasse (De "Net-Niet" groep)

Er ontstaat een wrange situatie voor wie net boven het minimumpensioen uitkomt. Door de automatische koppeling van de laagste pensioenen aan de index en de welvaartsenveloppe, stijgen de minimumpensioenen sneller dan de pensioenen van de gemiddelde werknemer.
  • De impact: Iemand die 40 jaar als bediende heeft gewerkt met een gemiddeld loon, eindigt soms met een pensioen dat nauwelijks hoger ligt dan dat van iemand die nauwelijks gewerkt heeft maar recht heeft op het minimumpensioen. De Raad van State waarschuwt dat het "gevoel van rechtvaardigheid" hierdoor volledig verdwijnt.

Wat verandert er concreet aan je pensioendatum?

De wettelijke pensioenleeftijd stijgt in België onverbiddelijk:
  • Vandaag (2026): 65 jaar.
  • Vanaf 1 februari 2025 (reeds ingegaan): De weg naar 66 jaar is ingezet.
  • Vanaf 2030: 67 jaar.
De hervorming probeert dit te counteren met de pensioenbonus. Wie besluit om na de datum waarop hij/zij vervroegd met pensioen zou kunnen gaan, toch te blijven werken, bouwt een kapitaal op. Dit kan oplopen tot ruim € 22.000 netto als je drie jaar extra werkt. Maar de Raad van State merkt op dat dit vooral een voordeel is voor gezonde hoogopgeleiden in bureaujobs, en niet voor de mensen in de zorg of de bouw die fysiek "op" zijn.

De "Grijze Druk": Waarom de hervorming móét (volgens de regering)

De cijfers liegen niet. De vergrijzingskosten stijgen tegen 2050 naar bijna 30% van het bbp. Zonder hervorming dreigt het hele systeem onbetaalbaar te worden. De kritiek van de Raad van State zet de regering nu voor een verscheurende keuze:
  1. De plannen afzwakken: Dit stelt de Raad van State gerust, maar zorgt voor een gat in de begroting en kritiek van Europa.
  2. De plannen juridisch dichtmetselen: Meer uitzonderingen voorzien voor vrouwen en zware beroepen, wat de complexiteit (en de kans op fouten) alleen maar vergroot.

Wat moet jij nu doen?

Het advies van de Raad van State betekent niet dat de hervorming van de baan is, maar wel dat er vertraging komt. Voor de burger is er maar één advies: kijk naar je eigen dossier.
  • Check mypension.be: De data worden daar voortdurend aangepast aan de nieuwste wetgeving.
  • Bouw je eigen buffer: Of het nu via pensioensparen is of een andere belegging, de overheid geeft met dit getouwtrek een duidelijk signaal: reken niet enkel op je wettelijk pensioen.
Conclusie: De pensioenhervorming 2026 is een sociaal mijnenveld. De Raad van State heeft de mijnen blootgelegd, maar het is aan de politiek om ze te ontmijnen zonder de zwakste schouders de zwaarste lasten te laten dragen.
loading

Loading