De jacht op de hardrijder in de Vlaamse dorpskernen gaat een nieuwe, technologische fase in. In het Limburgse Dilsen-Stokkem heeft de gemeenteraad volgens
Het Belang van Limburg groen licht gegeven voor drie gloednieuwe
trajectcontroles op strategische locaties. Hoewel de stad spreekt over het redden van levens en het beschermen van schoolgaande jeugd, laait de discussie over "boetefabrieken" en "private winst op verkeersveiligheid" weer in alle hevigheid op. Is de grens tussen veiligheid en een verdienmodel definitief vervaagd?
Vlaanderen is in ijltempo aan het veranderen in een lappendeken van trajectcontroles. Waar we tien jaar geleden enkel op de snelwegen naar de bekende camera-portieken speurden, duiken de digitale ogen nu massaal op in de smalle straten van onze woonwijken. Dilsen-Stokkem fungeert hierbij als de perfecte casus voor een trend die heel België in de ban houdt. De cijfers liegen immers niet: op trajecten waar de snelheid over de volledige afstand gemeten wordt, halveert het aantal overtredingen vaak binnen een jaar. Maar tegen welke prijs?
De dodelijke realiteit achter de camera
De uitbreiding in Dilsen-Stokkem, die tegen de zomer van 2026 volledig operationeel moet zijn, is niet uit de lucht gegrepen. De meest besproken nieuwe locatie is de Brugstraat in Rotem. Dit is geen abstracte beslissing van ambtenaren achter een bureau, maar een bittere noodzaak na een reeks gitzwarte maanden. Sinds eind 2024 lieten maar liefst drie jonge mensen het leven op dit specifieke stuk weg. De weg is breed, overzichtelijk en "nodigt uit" tot gas geven, met alle fatale gevolgen van dien.
Naast de Brugstraat worden ook de Vlessersweg en de Kapelstraat onder de loep genomen. De Vlessersweg is een cruciale ader voor honderden fietsende scholieren, terwijl de Kapelstraat een beruchte sluiproute is geworden voor automobilisten die de werken op de Rijksweg willen ontwijken. Volgens metingen van de politiezone Maasland rijdt maar liefst 85 procent van de bestuurders er harder dan de toegelaten 50 km/u. Het stadsbestuur ziet dan ook geen andere optie dan de harde hand van de technologie.
De "Privatisering" van de boete: 24 euro per bon
Wat deze specifieke uitbreiding echter tot nationaal voer voor discussie maakt, is de constructie achter de schermen. Dilsen-Stokkem werkt, net als veel andere Vlaamse gemeenten, samen met het private bedrijf TaaS (Trajectcontrole-as-a-Service). Dit bedrijf neemt de volledige investering van ongeveer 200.000 euro per traject voor zijn rekening. De stad hoeft zelf geen eurocent uit te geven aan de palen, de ijking of de software.
De "addertjes" zitten in de verdeling van de inkomsten. Voor elke verwerkte GAS-boete ontvangt TaaS een vast bedrag van 24 euro. Critici en oppositiepartijen spreken van een gevaarlijk precedent. Wanneer een privaat bedrijf winst maakt op basis van het aantal uitgeschreven boetes, ontstaat er een perverse prikkel. Worden de locaties gekozen op basis van verkeersveiligheid, of op basis van de hoogste kans op overtredingen? In Dilsen-Stokkem werd de Kapelstraat onlangs nog volledig heraangelegd, wat bij de oppositie de vraag doet rijzen waarom er toen geen fysieke snelheidsremmers zoals drempels of wegversmallingen zijn geplaatst.
Waarom drempels niet meer volstaan
De schepen van Mobiliteit in Dilsen-Stokkem is echter formeel: fysieke maatregelen zoals drempels zijn vaak niet effectief genoeg en zorgen bovendien voor geluidsoverlast en trillingen voor de omwonenden. Een trajectcontrole dwingt een chauffeur om zijn gedrag over de gehele weg aan te passen, niet enkel voor die ene drempel. Het is een psychologisch spelletje: wie weet dat elke meter gemeten wordt, haalt automatisch de voet van het gas.
Toch blijft het gevoel bij veel burgers dubbel. Een foutje van enkele kilometers per uur kan je al snel 53 tot 163 euro kosten. Zolang de overtreding beperkt blijft tot 20 km/u boven de limiet, vloeit het geld naar de gemeentekas (en de private partner). Pas bij zwaardere overtredingen komt het parket in beeld. Voor de gemiddelde consument voelt dit vaak als een extra belasting op mobiliteit, zeker in regio's waar het openbaar vervoer geen volwaardig alternatief biedt.
De toekomst van onze wegen
Wat we in Dilsen-Stokkem zien, is de blauwdruk voor de rest van Vlaanderen. De komende jaren zullen we steeds vaker geconfronteerd worden met deze "ontzorgde" controlesystemen. De technologie is simpelweg te effectief en te goedkoop voor steden en gemeenten om links te laten liggen.
Voor de automobilist betekent dit dat de tijd van "ongezien" even te snel rijden definitief voorbij is. De woonwijk is niet langer een vrije zone, maar een digitaal gecontroleerd ecosysteem. Of dit de verkeersveiligheid écht ten goede komt, zal de komende jaren moeten blijken uit de ongevallencijfers. Eén ding is zeker: de discussie over waar veiligheid stopt en winstbejag begint, is nog lang niet beslecht.