Duizenden jonge horecawerknemers bouwen al jaren geen pensioen op

23 feb , 16:00Financieel
Pensioenhoreca
Een administratieve blunder van ongekende omvang houdt de Belgische horecasector in zijn greep. Door een jarenlange fout bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) is er sinds 2019 voor honderdduizenden jonge horecawerknemers geen cent aan aanvullend pensioen opgebouwd. Terwijl de sector al onder hoogspanning staat, dreigt er nu een financiële afrekening voor een fout waar noch de werknemer, noch de werkgever om heeft gevraagd.
De kern van het probleem ligt bij de zogenaamde 'tweede pensioenpijler'. In 2018 werd in de sectorale CAO afgesproken dat voortaan ook jongeren onder de 23 jaar recht hebben op dit aanvullend pensioen. De RSZ had hiervoor automatisch een bijdrage van 1,1 procent op de brutolonen moeten innen bij de circa 30.000 horecaondernemingen in ons land. Door een kortsluiting in de communicatie tussen de overheid en het pensioenfonds bleef die inning zeven jaar lang achterwege voor deze specifieke leeftijdscategorie.

De grens van de regularisatie

Hoewel de fout nu pas aan het licht is gekomen, kan de RSZ niet onbeperkt in de tijd teruggaan om de misgelopen miljoenen te recupereren. Volgens de Belgische wetgeving is een regularisatie door de rijksdienst beperkt tot een periode van twee jaar. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 wordt de achterstallige bijdrage momenteel alsnog bij de werkgevers geïnd.
De grote onbekende blijft de periode tussen 2019 en 2022. Voor die drie jaar is er een juridisch en financieel gat ontstaan dat niet via de normale weg gedicht kan worden. Een externe audit, die medio maart 2026 klaar moet zijn, moet uitwijzen wie de eindverantwoordelijkheid draagt en wie de rekening voor deze miljoenenstrop zal betalen.

Bescherming van de werknemer versus de kwetsbare horeca

Voor de betrokken (ex-)horecamedewerkers is er een belangrijke juridische zekerheid: het recht op een aanvullend pensioen is onvervreemdbaar. Zodra een sectorale CAO is afgesloten, heeft de werknemer recht op de opbouw, ongeacht of de administratie haar werk heeft gedaan. Het pensioenfonds van de horeca heeft al bevestigd dat de rechten van de jongeren gegarandeerd blijven. Zij zullen bij hun pensionering of bij de uitbetaling van hun kapitaal de volledige som ontvangen, ook voor de jaren dat er niets werd gestort.
Aan de andere kant van de tafel groeit de bezorgdheid voor de horecaondernemers. De sector incasseert momenteel de ene na de andere klap. De recente verhoging van de btw op alcoholische dranken en de naderende verstrenging van het rookverbod op terrassen zorgen al voor flinterdunne marges. Het met terugwerkende kracht innen van pensioenbijdragen voor duizenden jongeren zou voor veel kleine zaken de genadeslag kunnen betekenen. Er klinkt dan ook een luide roep vanuit de politiek om de werkgevers niet te laten opdraaien voor een blunder die volledig bij de overheid ligt.

Een breder probleem?

De schrik zit er nu in dat dit geen alleenstaand incident is. De Belgische sociale zekerheid is een complex kluwen van sectorale afspraken en automatische inhoudingen. Als een dergelijke fout zeven jaar onopgemerkt kon blijven in een grote sector als de horeca, is het niet uitgesloten dat ook in andere sectoren jonge werknemers onbewust pensioenrechten mislopen. De resultaten van de audit in maart zullen dan ook bepalend zijn voor de vraag of er een grootschalige controle komt op alle sectorale pensioenfondsen in België.
loading

Loading